Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

anderhalf - (één en een half)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

anderhalf telw. ‘één en een half’
Mnl. anderhalf ‘id.’ [1272; CG I, 211].
Versteende vorm met letterlijke betekenis ‘tweede half’, zie → ander in de betekenis ‘tweede’. Dit is de oude manier van tellen, die in het verleden ook voor andere cijfers werd gebruikt: niet twee en een half, maar (twee +) het derde half. Al in het Oudnederlands vindt men de plaatsnaam Virdehalfgemet (met onbekende locatie op Walcheren in Zeeland), ‘drie en een half gemet’ [1181-1210; Künzel 369] (met de landmaat → gemet). In het Middelnederlands zijn o.a. gebruikelijk derdalf ‘twee en een half’ [1279; CG I, 451], vierdehalf ‘drie en een half’ [1280-87; CG I, 515], vichtalf ‘vierenhalf’ [1280; CG I, 518] (< vifte half met overgang van -ft- naar -cht-, zie → achter) en ook vormen als derdalfhondert ‘250’ [1289; CG I, 1389]. Als muntnaam is de zesthalf ‘5 1/2 stuivers, 27 1/2 cent’ tot 1823 in gebruik geweest en toen definitief vervangen door het kwartje. In het Nieuwnederlands is alleen anderhalf overgebleven. Verder is deze wijze van tellen nog te vergelijken met het aangeven van halve uren zoals half vier, d.w.z. niet de helft van 4, maar halverwege tussen 3 en 4.
Ook in de andere Germaanse talen kwam deze manier van tellen voor: os. ōtherhalf; ohd. anderhalb dritdeha(l)p ‘twee en een half’ (nu alleen nog nhd. anderthalb); oe. ōðer healf ‘anderhalf’, ehtode healf ‘zeven en een half’, feorþan healfan geare ‘drie en een half jaar’; ofri. ōtherhalf. Het Nieuwfries is de enige moderne Germaanse taal waarin nog zo geteld wordt: oardel (of oardeheal), tredje(hea)l, fjirde(hea)l, fifte(hea)l (ook fifel), etc.

EWN: anderhalf telw. 'één en een half' (1272)
ANTEDATERING: onderhalf dachwant lans 'anderhalve dagwand (kwart bunder) land' [1266-67; VMNW]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

anderhalf* [telwoord] {1272} van ander in de betekenis ‘tweede’, dus: de tweede voor de helft.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

anderhalf telw., ofri. os. ōtherhalf, ohd. andarhalp, oe. ōðer healf, eig. ‘de helft van de tweede’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

oonderhaaf (telw.) anderhalf; Middelnederlands anderhalf <1272>.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

anderhalf* telwoord 1272 [CG I1, 211]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal