Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

anatoom - (ontleedkundige)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

anatomie zn. ‘ontleedkunde’
Mnl. vander anatomyen ‘van de anatomie’ [1351; MNW-P]; vnnl. anatomie “een versnijdinge alsmen des menschen lijf vanden anderen snijdt, dat men alle die aderen ende inghewant besien mach” [1553; Werve].
Ontleend aan Laatlatijn anatomia ‘id.’ < Grieks anatomḗ, afleiding van het werkwoord anatémnein ‘opensnijden, ontleden’, gevormd uit het voorvoegsel ana- ‘uiteen-’ (zie → anachronisme) en témnein ‘snijden’ (zoals ook in → atoom).
anatoom zn. ‘ontleedkundige’. Nnl. anatoom ‘id.’ [1832; WNT verbinden]. Afgeleid van anatomie, wellicht mede onder invloed van Duits Anatom [1650-1700; Pfeifer], daarbij de oudere vormen anatomicus [1638; WNT Supp] (uit het Latijn) en anatomist [1568; WNT Supp.] (uit het Frans) verdringend (zie → -ist).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal