Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ananas - (tropische vrucht (Ananas comosus))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

ananas zn. ‘tropische vrucht (Ananas comosus)’
Vnnl. ananas ‘id.’ [1596; WNT Supp.].
Via het Portugees en het Spaans (Portugees ananes [1557; Friederici], nanas [1558; Friederici], Spaans ananaz [1563; Friederici]; nu in beide talen ananás) ontleend aan naná en ananá, woorden uit het Tupí-Guaraní, een inheemse Zuid-Amerikaanse taalgroep.
In 1555 leerde men de vrucht voor het eerst in Europa kennen door de beschrijving van de Franse kosmograaf André Thevenet (1502-1590). Wrsch. is het woord via Portugees ananas in het Engels en Frans als ananas opgenomen. In de Nederlanden is het bekend geworden door reisbeschrijvingen uit de 17e eeuw.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ananas [vrucht] {1596} < spaans ananás, ananá < guarani nana, waar werd voorgevoegd het partikel a.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

ananas znw. m. v., sedert de 17de eeuw bekend, in het nhd. reeds sedert 1590 uit fra. ananas < port. anañas. De vrucht werd in 1555 bij de verovering van Brazilië bekend en in het zelfde jaar door de monnik André Thevenet ook in Europa bekend gemaakt. De naam is ontleend aan de Toepi-taal anana.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

ananas znw., eerst nnl. Evenals hd. eng. fr. ananas uit het Spa-Port. Van peruaanschen oorsprong.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

ananas. Niet uit Peru, maar uit Brazilië afkomstig en via het Port. over Europa verbreid. Zie bijzonderheden bij Loewe KZ. 60, 167 vlgg.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

a’nanas: wilde ananas (de, -sen), 1. naam van een soort ananas met kleine vruchten, voorkomend aan de rand van rotsplaten* (Ananas ananassoides, Ananasfamilie*). - 2. naam voor alle grotere soorten van de Ananasfamilie*, behalve de gekweekte ananas, zowel (a) de bodem begroeiende als (b) andere planten (vooral bomen) begroeiende. (a) Echter wordt deze barre zandwoestijn op eene bevallige wijze door bloemdragende doornheesters en eene menigte wilde ananassen () afgewisseld (Teenstra 1835 II: 144). (b) Vaak nestelen ze [boomslangen] in parasitaire planten, z.a. wilde ananassen (Bromeliaceae) in de oerwoudbomen (Heyde 1978: 76). - Etym.: Oudste vindpl. (van 2a) Teenstra (cit.). - Syn. van 2 bosananas*, van 2b boomananas*.

A’nanasfamilie (de), familie van eenzaadlobbige kruiden; de bladeren in een wortelrozet, vaak met doornige rand, de bloemen in aren of pluimen; vaak epifytisch, d.w.z. groeiend op andere planten, vooral op bomen (Bromeliaceae). - Etym.: Genoemd naar de gewone ananas (Ananas comosus).

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

ananas1 [bepaalde vrucht]. Deze om haar heerlijke vruchten bekende plant, de Ananassa sativa, wordt in geheel Indië, zowel op het vasteland als op de eilanden, in talrijke soorten gekweekt. Algemeen wordt thans erkend dat deze plant uit Brazilië of Peru afkomstig is, ofschoon de ouderdom van haar cultuur en haar verwildering op de eilanden van de Archipel Rumphius aan haar Amerikaanse oorsprong deden twijfelen. Zowel als de plant is ook haar naam uit Amerika afkomstig. Ik lees in Treasury of Botany van Lindley en Moore, p. 60, dat deze plant het eerst aan de Europeanen bekend werd in Peru, dat zij daar te lande sanas heet en dat zij onder deze naam in 1555 beschreven werd door de monnik André Thevet. Paludanus, in de aantekeningen op Van Linschotens Itinerario, schrijft (p. 72) ‘Ananas, van die Canarijns ananasa geheeten, van die Brasilianen nana en van anderen in Hispaniola iaiama, van die Spangiaerden in Brasyl pinas, om eenighe ghelijkenisse die deze vrucht heeft met die pijnappel,5 is uyt die provincie van Sante Croce eerst in Brasilin, vandaer in Spaensch-Indiën ende volgens in Oost-Indiën gebracht.’ Piso, in De Indiae utriusque re naturali, zegt, p. 194, dat de plant bij de Brazilianen nana en bij de Portugezen ananas heet, en het Portugees woordenboek van Da Costa zegt op Ananas: ‘fruto e planta do Brasil’. Ook S. de Vries, Curieuse aenmerckinghen, I, p. 321, bevestigt dat nana de Braziliaanse naam is. Wij mogen dus niet twijfelen of plant en naam beide zijn door de Portugezen uit Amerika naar Oost-Indië overgebracht.

Het is duidelijk dat ook wij de naam van deze plant van de Portugezen hebben overgenomen, terwijl in het Javaans en Maleis nanas op welke wijze dan ook de oorspronkelijke Amerikaanse vorm van die naam is bewaard of hersteld. Aan de volken van de Archipel moest het toeschijnen dat deze naam door reduplicatie ontstaan was: vandaar dat hij in sommige talen (Bataks, Dajaks, Soendaas) de vormen honas, kĕnas, kanas kon aannemen, waardoor hij meer bepaald tot nominatief van het substantief is bestempeld. Merkwaardig is de Menangkabause naam pisang ĕnas, die zich moeilijk met de aard van de vrucht laat rijmen.

Ofschoon ik in de gelegenheid was, alvorens dit stukje ter perse ging, het (nog niet afgedrukte) artikel ananas in het WNT van De Vries en Te Winkel te raadplegen, heb ik gemeend niets aan dit artikel te moeten veranderen. Bij vergelijking zal bevonden worden dat beide elkaar bevestigen en aanvullen. [V]

ananas2 [bepaalde vrucht]. Portugees ananas of ananaz van de Braziliaanse naam nanas. De vrucht is door Europeanen het eerst gezien in Peru. [P]

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

ananas (Portugees ananás)

C.A. Backer (1936), Verklarend woordenboek van wetenschappelijke plantennamen

Anánas Adans. [M. Adanson], - Braz. volksnaam der plant.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

ananas ‘vrucht’ -> Shona nananzi ‘vrucht’ ; Ambons-Maleis ananas ‘vrucht’; Keiëes nas ‘vrucht’ ; Muna nanasi ‘vrucht’ (uit Nederlands of Portugees); Singalees annāsi ‘vrucht’ (uit Nederlands of Portugees); Japans ananasu ‘vrucht’; Koreaans ananasŭ ‘vrucht’ ; Negerhollands anas ‘vrucht’; Berbice-Nederlands nanasi ‘vrucht’; Sranantongo n'nasi ‘vrucht’; Arowaks nana ‘vrucht’; Karaïbisch nana ‘vrucht’ ; Sarnami ajanás ‘vrucht’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

ananas vrucht 1596 [WNT] <Spaans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut