Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ana- - (voorvoegsel in oorspr. gr. woorden)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ana- [voorvoegsel in oorspr. gr. woorden] {in bv. anacorijt [anachoreet, kluizenaar] 1301-1400} < grieks ana, dat in vier verschillende betekenissen voorkomt: (1) omhoog, op, naar boven; (2) de bedoeling van versterking; (3) het gevoel van herhaling of verbetering; (4) terug, wederom, tegen. Voor klinkers verandert ana in an-. Verwant met latijn an- [op] (in anhelare [hijgend uitbrengen] < halare [geuren]), oudkerkslavisch na [op], gotisch ana [op, over], engels on [op].

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Ana- (= Gr. ἀνα- (ana-) = omhoog, op; voor klinkers an-). Eerste lid in samenstellingen met de betekenissen: 1. naar boven; 2. over iets verspreid, of zonder duidelijke betekenis.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut