Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

amuseren - (aangenaam bezighouden)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

amuseren ww. ‘aangenaam bezighouden’
Vnnl. om den viant te amuseren ‘bezighouden’ [1593; WNT Supp.]; nnl. amuseren ‘aangenaam bezighouden’ [1682; WNT vriend I].
Ontleend aan Frans amuser ‘ijdele hoop geven’ [1167; Rey], ‘verstrooien, aangenaam bezighouden’ [1606; Rey] en als wederkerend werkwoord s'amuser ‘zijn tijd verbeuzelen’ [1516; Rey], afleiding van muser ‘lanterfanten’, waarvan de herkomst niet geheel zeker is. Wrsch. is de oorspr. betekenis ‘zijn snuit in de lucht steken (en dus dromen, zijn tijd verspillen)’ en is het een afleiding van een niet geattesteerd Oudfrans *mus ‘snuit’ (nu nog in sommige Occitaanse dialecten; in het Nieuwfrans alleen museau ‘id.’) < Laatlatijn musus ‘id.’, waarvan de herkomst verder onbekend is.
amusant bn. ‘vermakelijk’. Nnl. amusant [1824; Weiland]. Ontleend aan Frans amusant [eind 17e eeuw; Rey], teg.deelw. van amuser. ♦ amusement zn. ‘plezier, verstrooiing’. Nnl. amusement [1721; WNT Supp.]. Ontleend aan Frans amusement, in deze betekenis begin 18e eeuw [Rey].

EWN: ♦ amusant bn. ‘vermakelijk’ (1824)
ANTEDATERING: op een "Amusanten" trant 'op een vermakelijke wijze' [1750; Lynceus 2, 4/5]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

amuseren [vermaken] {1593} < frans amuser [idem], van à + muser < middeleeuws latijn musare [gaan kijken, bezichtigen, een bezoek brengen], van musum [snuit], etymologie onbekend.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

ammesere (ww.) aangenaam bezighouden; Nuinederlands amuseren <1593> < Frans amuser.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

amuseren (Frans amuser)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

amuseren vermaken 1593 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut