Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

amplifier - (versterker)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

am’plifier (de, -s), (uitspr. E: em’pliefajer), 1. versterker. Het was een huisfuif; een vriend van Just was jarig en hij danste met amplifier (Dobru 1967: 27). - 2. (bij uitbr.) geluidsinstallatie. Amplifier en klapstoelen te huur. - Etym.: E.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

amplifier ‘versterker’ -> Aucaans ampiifaja ‘versterker’ (uit Nederlands of Engels).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut