Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

amortisatie - (het overgaan van goederen in handen van de kerk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

amortisatie ww. ‘schulddelging door regelmatige aflossingen’
Mnl. amortisatie ‘overgang van wereldlijk in geestelijk eigendom’ [1360; Stall.]; vnnl. admortisatie ‘id.’ [1525; Stall.]; nnl. ‘aflossing’ [1703; WNT naturaliseeren].
Ontleend aan middeleeuws Latijn amortizatio, afleiding van amortizare, admortizare [13e eeuw; Niermeyer], met toevoeging van een overgankelijkmakend achtervoegsel -iz- ontwikkeld uit vulgair Latijn *admortire ‘doen sterven’ (waaruit Frans amortir), gevormd uit → ad- en het Latijn mortuus ‘dood’, verwant met → moord.
De middeleeuwse Latijnse (en daaruit ook Nederlandse) betekenis van dit woord was ‘overdracht van wereldlijk naar geestelijk eigendom (van goederen of land)’, ofwel ‘het in dode hand brengen’, een uitdrukking die wrsch. berust op de onvervreemdbaarheid van geestelijk eigendom zodat het voor altijd aan de levende handel is onttrokken. Hieruit is de huidige financiële betekenis ‘aflossing van een lening’ ontstaan (wrsch. eerst in het Frans en van daaruit in het Nederlands overgenomen).
amortiseren ww. ‘schuld delgen door regelmatige aflossing’. Mnl. amortiseren ‘in de geestelijke (= dode) hand brengen’ [1341; MNHWS]; vnnl. amortiseren ‘id.’ [1524; WNT]; nnl. amortiseeren ‘schuld delgen’ [1814; WNT]. Ontleend aan middeleeuws Latijn amortizare.

EWN: ♦ amortiseren ww. ‘schuld delgen door regelmatige aflossing’; de betekenis 'schuld delgen' (1814)
ANTEDATERING: om de schuld te amortiseren [1810; Moniteur d'Amsterdam (KB) 18/7] (1814)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

amortisatie [het overgaan van goederen in handen van de kerk] {amortisacie [verlof om in de geestelijke hand te brengen] 1293} < middeleeuws latijn a(d)mortizatio [vervreemding in de dode hand], van admortizare (verl. deelw. admortizatum) (vgl. amortiseren) → admorticatie.

Thematische woordenboeken

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Amortisatie (< Fr. amortir = affaiblir l’effet; < à, mort). Aflossing.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

amortisatie ‘het overgaan van goederen in handen van de kerk’ -> Indonesisch amortisasi ‘het overgaan van goederen in handen van de kerk’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal