Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ammunitie - (schietvoorraad)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

munitie zn. ‘schietbenodigdheden’
Vnnl. munitie ‘benodigdheid’ in munitien van oorloghe ‘krijgsbenodigdheden’ [1551; WNT], ‘schietvoorraad’ in geschut ... polver ende munitie ‘geschut, kruit en munitie’ [1641; WNT vuur I].
Ontleend aan Frans munition ‘projectielen, schietbenodigdheden’ [1553; TLF] en ‘mondvoorraad’ [1532; TLF], eerder al ‘verdedigingswerk’ [14e eeuw; TLF], dat ontleend is aan middeleeuws Latijn munitio ‘uitrusting van een schip’ [1198; TLF] en ‘mondvoorraad’ [1180; TLF], uit klassiek Latijn mūnītiō ‘verdedigingswerk, bescherming’, een afleiding van mūnīre ‘versterken’, afleiding van moenia ‘versterkte muren’, verwant met mūrus ‘muur’, zie → muur 1. Munitie is dus oorspronkelijk ‘dat wat men nodig heeft bij de verdediging’ en vandaar ‘krijgsbenodigdheden’.
Munitie is vooral in de 18e eeuw minder gebruikt dan de vrijwel even oude variant ammunitie, zie hieronder; beide woorden worden tegenwoordig naast elkaar gebruikt zonder wezenlijk betekenisverschil, hoewel ammunitie verouderend is.
ammunitie zn. ‘schietvoorraad’. Vnnl. ammonicie ‘schiettuig’ in door faute victuaille ende cruijt van ammonicie ‘door gebrek aan proviand en kruit voor schiettuig’ [1576; Schulten 1966], ‘schietvoorraad’ in viures ende ammunitie ‘proviand en munitie’ [1579; WNT]. Samenstelling vnnl. amonitiebrood ‘legerbrood, commiesbrood’ [1633; Stall. I, 89]. Eveneens ontleend aan verouderd Frans amunition, ammunition, een nevenvorm van munition, die wrsch. ontstaan is door onjuiste woordscheiding van la munition. Een andere mogelijkheid is dat Frans amunition teruggaat op middeleeuws Latijn admunitio ‘fortificatie, versterking’, letterlijk ‘middel tot verdediging’, gevormd met het voorvoegsel → ad- ‘tot’ uit Latijn mūnītiō ‘verdediging’, zie hierboven.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ammunitie [krijgsbehoeften] {1576} < verouderd frans amunition [idem], door een verkeerde lezing van la munition (vgl. munitie) als l'amunition.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

ammunitie znw. v., < fra. amunition (in de 16de eeuw), een verkeerde abstractie uit la munition, dat als lamunition opgevat werd. — Zie: munitie.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

ammunitie znw. In de 16e eeuw ontleend uit fr. amunition, dat een tijdlang in de lagere volkstaal gebruikt werd; ’t was geabstraheerd uit la munition, als l’ amunition opgevat. Even zoo eng. ammunition.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

ammunisie s.nw.
1. Skietvoorraad, o.a. kruit, koeëls, patrone, granate, bomme, ens. 2. Voorraad werptuie of enige ander materiaal wat vir aanval en verdediging gebruik kan word, bv. akkers en klei (vir kleilatte) in 'n speeloorlog. 3. Gegewens of argumente om as aanval- en verweermiddels te gebruik. 4. (skertsend) Eet-, drink- en rookgoed.
In bet. 1 uit Ndl. ammunitie (1579). Bet. 2, 3 en 4 het in Afr. self ontwikkel. Eerste optekening in vroeë Afr. op 6 September 1655 in die aanhaling "wel geprovideert van victualie ende ammunitie" (Resolusies van die Politieke Raad, C.1).
Ndl. ammunitie uit 16de-eeuse Fr. volkstaalvorm amunition wat deur verwarring ontstaan het deurdat Fr. la munition 'die krygsvoorraad' verkeerdelik as l'amunition opgevat is.
Eng. ammunition.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

ammunitie (verouderd Frans amunition)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

ammunitie ‘schietvoorraad’ -> Zweeds ammunition ‘schietvoorraad’; Indonesisch amunisi ‘schietvoorraad’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

ammunitie schietvoorraad 1576 [Schulten Tw. 9] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut