Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

amice - (waarde vriend)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

amice zn. ‘waarde vriend’
Vnnl. amice ‘vriend’ [1654; Meijer], als aanspreekvorm boven brieven.
Vocatief (aanspreekvorm) van Latijn amīcus ‘vriend’, afleiding van het werkwoord amāre ‘liefhebben’.
amicaal bn. ‘vriendschappelijk’. Nnl. amical ‘id.’ [1782; WNT]. Ontleend aan Frans amical ‘id.’ < Latijn amīcālis, afleiding van het zn. amīcus ‘vriend’.

EWN: ♦ amicaal bn. ‘vriendschappelijk’ (1782)
ANTEDATERING: de Amicale representatie en Declaratie 'de vriendelijke vertoning en verklaring' [1768; Middelburgsche courant (KB) 6/12]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

amice [vriend] {1654} < latijn amice, 5e nv. (aanspreekvorm) van amicus [vriend].

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

amice (Latijn amice, aanspreekvorm)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Amice (Lat.), de aanspraakvorm (vocatief of 5e naamval) van amicus = vriend. Vergelijk: dominee, vocatief (aanspreking) van dominus = heer.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

amice vriend 1654 [WNT] <Latijn

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

amice (← Lat.), vriend, als aanspreekvorm of aanhef van een brief. Voorbeeld van archaïsch taalgebruik dat in de jaren tachtig nieuw leven werd ingeblazen. Vooral in politieke kringen.

‘Weledelzeergeleerde Amice’, kan een dollend eufemisme zijn, als je met die hoogdravende titulatuur een vriend aanspreekt. (Mark Baeyens: Taal in stukjes, 1982)
Sakkerloot amice, wat zit er weer een allerbekoorlijkst schepseltje naast U in Uw rijtuig. (Jan Kuitenbrouwer: Lijfstijl, 1990)
‘Ik mag niet mopperen, amice,’ zei Dirk-Willem. (Nieuwe Revu, 06/08/97)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut