Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

amethist - (soort kwarts)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

amethist zn. ‘(stuk) violetkleurig kwarts’
Mnl. ametistis, ein stein [1240; Bern], ametiste [1285; CG II, Rijmb.], later in spelling aangepast aan het Latijn.
Via Oudfrans ametiste, middeleeuws Latijn amatistus en klassiek Latijn amethystus ontleend aan Grieks améthustos, van onbekende verdere herkomst, dus wrsch. een leenwoord uit een niet- of een voor-Indo-Europese taal. Eén van de tradionele etymologieën, namelijk verband met een vermeend Grieks woord améthusos ‘wijnkleurig’, zoals ook Van Maerlant beschrijft (some amatisten sijn ghevarwet na roden wijn ‘sommige amethisten zijn als rode wijn gekleurd’ [1287; CG II, Nat.Bl.D]), moet worden afgewezen omdat dat Griekse woord niet heeft bestaan. Een andere pseudo-etymologie is de interpretatie als vorming met Grieks → a- ‘niet-’ bij het werkwoord methúein ‘dronken zijn’; de steen zou bescherming bieden tegen dronkenschap, zoals weer te lezen is bij Van Maerlant: die cracht die hi euet in dats dat hi dronkenschap verdrijft ‘hij (= de amethist) bezit de kracht dat hij dronkenschap verdrijft’ [1287; CG II, Nat.Bl.D].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

amethist [kwarts] {ametiste 1201-1250} < latijn amethystus [idem] < grieks amethustos [dronkenschap voorkomend], van a- [zonder, on-] + methuein [dronken zijn], verwant met methu [honingdrank]; de amethist werd zo genoemd naar zijn kleur, die lijkt op de kleur van wijn die zo sterk met water is verdund dat hij niet meer dronken maakt.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

amethist znw. o., violetkleurige edelsteen, mnl. ametist < fra. ametiste < lat. amethystus < gr. améthustos. Het woord betekent eig. ‘niet dronken’, want men meende dat het dragen van deze edelsteen tegen dronkenschap behoedde.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

amethist znw., mnl. ametist(e) m. Ook in andere germ. talen, bijv. mhd. ametiste m. (nhd. amethyst). Uit lat. amethystus (< gr. améthustos). Wellicht door fr. bemiddeling.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

amethist (Latijn amethystus)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

amethist ‘kwarts’ -> Indonesisch amétis ‘kwarts’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

amethist kwarts 1240 [Bern.] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut