Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ambitie - (eerzucht, ijver)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

ambitie zn. ‘eerzucht, ijver’
Vnnl. van Ambitien ende glorysoukene ‘inzake eerzucht en het najagen van roem’ [1555; WNT reverentie], ambitie ‘eerzucht’ [1581; WNT Supp.]; nnl. ‘ijver’ [1774; WNT Supp.].
Ontleend aan Frans ambition < Latijn ambitiō ‘eerzucht’, afleiding van ambīre ‘rondlopen’, ook ‘streven naar’, zie → ambiance.
De Latijnse betekenisontwikkeling kan beschreven worden als ‘rondlopen met een verzoek’ > ‘dingen naar een ambt’ > ‘eerzuchtig zijn, streven’. De jongere Nederlandse betekenis is een afzwakking van de oude; ambitie kan in tegenstelling tot vroeger nu ook worden opgevat als iets positiefs.
ambitieus bn. ‘eerzuchtig, ijverig’. Vnnl. ambitieux “eerghierich” [1553; Werve]; nnl. ambitieus ‘ijverig’ [1937; WNT Supp.]. Ontleend aan Frans ambitieux.

EWN: ambitie zn. ‘eerzucht, ijver’ (1555)
ANTEDATERING: ambitie [1521; iWNT weren I]
EWN: ♦ ambitieus bn. ‘eerzuchtig, ijverig’ (1553)
ANTEDATERING: ambitieus [1500; iWNT loftuiten]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ambitie [eerzucht] {1581} < frans ambition [idem] < latijn ambitionem, 4e nv. van ambitio [het rondgaan (om stemmen te werven), het streven, jagen naar], van ambire (verl. deelw. ambitum) [rondom iets gaan, met een verzoek rondgaan, streven naar], van ambi- [rondom], verwant met ambo [beide] + ire [gaan].

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

ambacht

In zijn boek over de oorlog in Frankrijk schrijft Caesar over de Gallische groten dat zij ‘circum se ambactos cliëntesque habent’, dat wil zeggen dat zij horigen en vazallen om zich heen hebben. In deze betekenis komt het woord ambacht nog in het Middelnederlands voor. De duivels worden bijvoorbeeld ambachten der Hel genoemd. Nu verstaan wij onder ambacht niet meer: hij die een dienst verricht, een dienaar, maar: de dienst, het beroep, handwerk, bedrijf zelf. Het woord bestaat uit twee delen: het voorzetsel amb, dat: om betekent en dat ook voorkomt in ambitie en ambulant en het woorddeel acht dat verwant is met het Latijnse agere: leiden. Een ambactus was dus vroeger iemand die zich om zijn heer bewoog, hem volgde.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

ambisie s.nw.
1. Sterk begeerte om iets te wees of te doen ter wille van eer of aansien. 2. Sterk begeerte om ideale te verwesenlik.
Uit Ndl. ambitie (al Mnl. in bet. 1, 1774 in bet. 2). Eerste optekening in vroeë Afr. op 20 Maart 1795 in die aanhaling "die gevoelens van eer en ambitie" (Resolusies van die Politieke Raad, C.229).
Ndl. ambitie uit Oudfrans ambition uit Latyn ambitionem, 4de naamval van ambitio 'rondgang (om stemme te werf), strewe, gejaag (na)', met lg. van ambire 'rondgaan met 'n versoek, streef na', gevorm van ambi- 'rondom' en ire 'gaan'.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

ambitie ‘eerzucht’ -> Fries ambysje ‘eerzucht’; Indonesisch ambisi ‘eerzucht’; Sranantongo ambisi ‘eerzucht’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

ambitie eerzucht 1555 [WNT reverentie] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut