Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

amandelwilg - (plant behorend tot de wilgen (Salix triandra))

Thematische woordenboeken

W. Deconinck (2019), Plantennamen nader toegelicht, Kortrijk.

wilg
Schietwilg | Salix alba L.
Boswilg | Salix caprea L.
Kraakwilg | Salix fragilis L.
Grauwe wilg | Salix cinerea L.
Katwilg | Salix viminalis L.
Geoorde wilg | Salix aurita L.
Kruipwilg | Salix repens L.
Amandelwilg | Salix triandra L.

De naam Wilg had vroeger vele andere vormen, zoals wilghe, willighe, wide e.a. en wellicht stamt het woord uit een voor-Indo-Europese taal in West-Europa. In het Engels is het de verwante naam Willow, in het Duits Weide, terwijl de Franse naam Saule meer aansluit bij de wetenschappelijke geslachtsnaam Salix.

De Schietwilg, de Katwilg, de Kraakwilg en de Amandelwilg werden vroeger of worden soms nu nog aangeplant voor het leveren van dunne, taaie, buigzame twijgen die wijmen, tenen of wissen genoemd worden. Ook de bastaard tussen de Schietwilg en de Kraakwilg [Salix x rubens Schrank (S. alba x S. fragilis)], in het Nederlands meestal Bindwilg genoemd, wordt vaak voor dit doel aangeplant. Twijgen van wilgen worden gebruikt voor het vervaardigen van manden, voor tuinafsluitingen en voor het opbinden van wijnranken. De wissen kennen ook een toepassing bij de dijkenbouw en oeverversterkingen. Bepaalde snelgroeiende wilgensoorten kunnen biomassa opleveren die bij vergassing tot bruikbare energie kan leiden. Grote landoppervlakken die begroeid zijn met wilgen met het doel de twijgen ervan te oogsten heten grienden.

De Schietwilg wordt zo genoemd omdat, na het snoeien of knotten van de boom, gemakkelijk weer nieuwe takken uitschieten waardoor de bekende Knotwilgen ontstaan, een naam die deze bomen ook dragen. Een Schietwilg die nog niet geknot is heet soms een Schotwilg. De Boswilg, ook soms Waterwilg genoemd, komt voor als onderhout in bossen en ook veel aan waterkanten. De Kraakwilg wordt ook Knakwilg genoemd, een vertaling van de Duitse naam Knackweide. De jonge twijgen breken aan de basis gemakkelijk af, vandaar Kraak- of Knakwilg. Bij de Grauwe wilg zijn de oudere takken bruinachtig of grauw, de knoppen zijn grijsbruin, grijs of zwartviltig en de bladeren zijn onderaan grijsviltig en die grijze tot grauwe kleuren gaven de naam aan de boom. De Katwilg heeft meestal de vorm van een hoge heester en niet van een boom. De bloemgestellen van deze plant, de mannelijke en de vrouwelijke katjes, zijn opvallend lang en zilverwit voor het opengaan en dat gaf aanleiding tot de naam Katwilg. Bij de Geoorde wilg zijn de twee oorvormige steunbladeren aan de voet van de bladeren sterk ontwikkeld, vandaar de naam. De Kruipwilg is een lage heester die een voorkeur heeft voor zandbodems, zoals die voorkomen in de Vlaamse Duinstreek, het Brugse Houtland en de Kempen. De plant heeft een onderaardse stengel die kruipend grote oppervlakken inneemt. De bladeren van de Amandelwilg hebben dezelfde vorm als die van de 109 Amandelboom (Prunus dulcis), wat Carl Linnaeus al in zijn Species plantarum (1753) opmerkte en vandaar Amandelwilg. Amandel komt van het Latijnse amandula, zelf afgeleid van het Griekse amygdale, oude namen voor een amandel.

F. Kok (2007), Waarom brandnetel?, Nieuwegein

Wilg (amandel), Salix triandra
Salix: vindt zijn oorsprong in het woord ‘helix’ oftewel ‘winding’
Triandra: de bloeiwijze van de plant hebben drie meeldraden.
Amandelwilg: niet alleen het Latijnse ‘salix’ is verwant met het woord ‘helix’ maar ook het Nederlandse ‘wilg’, begrijpelijk als je ziet dat sinds mensenheugenis wilgentenen worden gebruikt voor vlecht- en bindwerk.

Hosted by Meertens Instituut