Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

amandelpers - (lekkernij)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

amandel zn. ‘vrucht van de Prunus amygdalus; tonsil’
Mnl. amandelen (mv.) [1252; Stall. I, 14], amandel [1361-62; MNW] naast amande(r)e [ca. 1350; MNW] en amanderboem ‘amandelboom’ [ca. 1375; MNHWS]; vanwege de uiterlijke gelijkenis met de vrucht ook: Amandelen (mv.) ‘keelklieren, tonsillen’ [1642; WNT].
Wrsch. via Oudfrans amandele of middeleeuws Latijn amandola ontleend aan Laatlatijn amandula, een misschien onder volksetymologische invloed van amandus ‘liefelijk’ en/of mandere ‘kauwen’ onstane nevenvorm van amygdalum, dat ontleend is aan Grieks amugdálē ‘amandel’, van onbekende verdere herkomst.
Andere Europese talen grijpen uiteindelijk ook terug op dit Griekse woord, maar vertonen onderling toch een behoorlijke variatie: Fries mangel, Duits Mandel (< Oudhoogduits mandala), Engels almond, Frans amande, Spaans almendra, Italiaans mandorla, Pools migdal, Russisch mindal, Zweeds mandel.
amandelpers zn. ‘amandelspijs’. Nnl. Amandel-pas in Struyf van Amandelen, hoe men die maaken zal. Neemt een pont Amandel-pas [1746; WNT], ook nog in 1910 [WNT]; amandelpers ‘amandelspijs’ [1898; Dale]. Wrsch. volksetymologisch, door de gedachte aan het werkwoord → persen, gevormd uit amandelpaste, zie → pasta 1 ‘brij’.

EWN: amandel zn. ‘vrucht van de Prunus amygdalus; tonsil’; de betekenis 'tonsillen' (1642)
ANTEDATERING: Amandelkens "tonsillae" [1567; iWNT]
EWN: ♦ amandelpers zn. ‘amandelspijs’; de vorm amandelpers (1898)
ANTEDATERING: eerst met amandelpars tot pilletjes gedraaid [1823; Vad.lett. 2, 265]
Later: amandelpers [1827; Swaving 1, 83] (EWN: 1898)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

amandelpers [lekkernij] {amandel-pas 1746, amandelpers 1898} gevormd van amandel + middelnederlands paste, past [deeg, beslag, mengsel] (vgl. pasta), dat veranderd is o.i.v. persen.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

amandelpers lekkernij 1746 [WNT Suppl]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut