Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aluminium - (scheikundig element)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

aluminium zn. ‘scheikundig element (Al), een metaal’
Nnl. aluminium, ook alumium of aluminum genaamd [1835; WNT].
Neologisme, gebaseerd op de genitief alūminis van Latijn alumen (zie → aluin, waarvan aluminium een belangrijk bestanddeel is) en in 1808 voor het eerst gebruikt door de Britse scheikundige Sir Humphry Davy (1778-1829), die dit element voor het eerst identificeerde: I should have proposed for them the names silicium, aluminium, zirconium and glucium (Phil. Transactions XCVIII, 353).
In 1812 veranderde Davy de naam in aluminum, wat in de Verenigde Staten nog steeds de gebruikelijke vorm is. Internationaal en in het Brits-Engels kreeg uiteindelijk aluminium de voorkeur, omdat het beter bij het Latijnse woordbeeld paste, zoals in magnesium.

EWN: aluminium zn. ‘scheikundig element (Al), een metaal’ (1835)
ANTEDATERING: Aluminium 'zekere scheikundige zelfstandigheid' [1816; Alg.KLB 1, 262]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

aluminium [chemisch element] {1835} < modern latijn aluminium, gevormd van latijn alumen (2e nv. aluminis) [aluin]; aluminium komt in de natuur gebonden voor in o.a. aluinaarde.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

aluminium znw. o., genoemd naar de aluminit genoemde ‘Hallische Erde’, waaruit Fr. Wöhler in 1827 het metaal voor het eerst gewonnen heeft. Het woord is afgeleid van lat. alumen (zie: aluin).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

aluminium (modern Latijn aluminium)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Aluminium (Al, 13). (Lat. álumen, gen. -minis = aluin). In zijn verbinding aluin reeds eeuwen vóór Chr. bekend in Egypte, Assyrië en Babylonië. Met den naam álumen werd echter een hele reeks van verbindingen aangeduid. In 1751 onderscheidde Marggraf (1709—1782) het oxyde als afzonderlijke base. Omstreeks 1810 stelde Davy (1778—1829) en later Βerzelius (1779—1848) en Oersted (1777—1851) pogingen in het werk om het metaal vrij te maken, hetgeen echter eerst in 1827 aan Wöhler (1800—1882) gelukte. Davy gaf den naam aluminium.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

aluminium ‘chemisch element’ -> Indonesisch aluminium ‘chemisch element’; Boeginees alumîniung ‘chemisch element’; Madoerees alumuniyum ‘chemisch element’; Muna alemoniu ‘chemisch element’; Sranantongo aluminium ‘chemisch element’; Surinaams-Javaans alminiyum ‘chemisch element’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

aluminium chemisch element 1835 [WNT] <modern Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut