Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aluin - (dubbelzout van aluminiumsulfaat en kaliumsulfaat)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

aluin zn. ‘dubbelzout van aluminiumsulfaat en kaliumsulfaat’
Mnl. alun “alumen” [1240; Bern.]; nnl. aluin, aloen.
Via Oudfrans alun ontleend aan Latijn alūmen ‘aluin’, van onduidelijke verdere herkomst.
Voor het Latijnse woord moet misschien gedacht worden aan een afleiding van de wortel pie. *h2elu- ‘bitter, wrang’ (IEW 33), zoals wrsch. ook in → aal 2 ‘bier’.
De chemische omschijving van aluin stamt uiteraard pas uit de moderne tijd; van oudsher is aluin een mineraal dat zowel in de natuur voorkomt als kunstmatig bereid wordt, en dat veel werd gebruikt in de industrie, vooral in ververijen en leerlooierijen.

EWN: aluin zn. ‘dubbelzout van aluminiumsulfaat en kaliumsulfaat’ (1240)
ANTEDATERING: onl. alūn in: de kerca aluni 'betreffende een vracht aluin' [1133; ONW]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

aluin [dubbelzout] {alu(y)n 1201-1250} < frans alun < latijn alumen [aluin, eig.: bitter zout], verwant met grieks aludoimos [bitter].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

aluin znw. m., mnl. aluun < ofra alun < lat. alūmen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

aluin znw., mnl. aluun (o.?). Uit fr. alun en dit uit lat. alȗmen “aluin” (vgl. hierover bij alsem) Ook in andere germ. en in balt. en slav. talen overgenomen; bijv. mhd. alȗn m. (nhd. alaun).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

aluin v., gelijk Eng. en Hgd., uit Fr. alun, van Lat. alumen: oorspr. onbek.; misschien verwant met aal 3.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

aloen (zn.) aluin, dubbelzout; Vreugmiddelnederlands alun <1240> < Latien alumen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

aluin ‘dubbelzout’ -> Deens alun ‘dubbelzout’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors alun ‘dubbelzout’ (uit Nederlands of Nederduits); Papiaments alein (ouder: aluin) ‘dubbelzout’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

aluin dubbelzout 1240 [Bern.] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut