Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

alpaca - (Zuid-Amerikaans bergschaap (Lama pacos), weefsel van de wol van de alpaca; imitatiezilve

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

alpaca zn. ‘Zuid-Amerikaans bergschaap (Lama pacos), weefsel van de wol van de alpaca; imitatiezilver’
Nnl. alpaga ‘wol’ [1807; WNT], de paco, gewoonlijk “alpaca” genoemd [1857; WNT]; nnl. alpaka ‘zekere legering’ [1879; WNT Supp. alpaca III].
Ontleend aan Spaans alpaco ‘alpaco (dier)’ [ca. 1554; Friederici], dat uit Aymará of Quechua (zie → coca) is overgenomen, waarin het een afleiding is van pako ‘rood, roodbruin’. De betekenis ‘imitatiezilver’ is ontleend aan Duits Alpaka, een handelsmerk met het beeld van een alpaca.
Lit.: Lokotsch 1926, nr. 3; R. Loewe (1933, 1934) ‘Über einige europäische Wörter exotischer Herkunft’, in: Zeitschrift für vergleichende Sprachforschung 60, 145-184 en 61, 37-136

EWN: alpaca zn. ‘Zuid-Amerikaans bergschaap (Lama pacos), weefsel van de wol van de alpaca; imitatiezilver’ (1807)
ANTEDATERING: Alpaca 'soort wol' [1753; E.Mercurius 64, 1, 195]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

alpaca [kleine lama, wol van het schaap, legering] {alpaga [alpacawol] 1807, alpaka [legering] 1879} < spaans alpaca < quechua alpaca, van paco [geelrood]; de betekenis ‘legering’ < hoogduits Alpaka [eig.: een handelsmerk (met het beeld van het dier van die naam)].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

alpaka znw. v., naam voor kleine soort van de peruviaanse lama, bekend om de uitstekende kwaliteit van zijn wol, evenals nhd. alpaka, ne. alpaca, fra. alpaca, alpaga < spa. alpaca, alpaga, paco < zuidamerik. taal der Ketshua pako, alpako, afl. van pako ‘rood, roodbruin’ (Lokotsch Et. Wb. amer. Wörter Nr. 3).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

alpaca (Spaans alpaca)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

alpaca hoefdier 1807 [WNT Suppl] <Spaans

alpaca legering 1879 [WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal