Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

allure - (houding)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

allure zn. ‘houding’
Nnl. allure “gang, pas; het voet- of gangwerk; voetstel (van paarden)” [1824; Weiland], ‘gang’ [1895; Broeckaert], ‘vormgeving’ [1926; WNT].
Ontleend aan Frans allure ‘gang, gedrag’ [1530; Rey], eerder aleüre [1170; Rey], afleiding van het werkwoord aller ‘gaan’, zie → allee.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

allure [houding] {1901-1925} < frans allure, van aller [gaan] (vgl. allee).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

aleur, zn., in uitdr. aleur van iet maken ‘veel drukte om iets maken’. Wellicht Fr. allure ‘gedrag, houding, manier van doen’.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

alleur hebben ww.: opscheppen. Fr. allure ‘gang, tred, tempo, snelheid; houding, gedraging’.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

allure ‘houding’ -> Fries alluere ‘houding’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

allure houding 1824 [WEI] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut