Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

allodium - (vrij erfgoed)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

allodium [vrij erfgoed] {1664} < middeleeuws latijn allodium [roerend goed, erfenis], uit het germ., van al en het tweede element in kleinood.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

allodium o., gelijk Fr. alleud, uit Mlat. allodium, van Onfra. alôd = vrije erve, een samenst. met al = gansch, en *oode = bezitting (z. ooievaar).

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Allodium is de verlatijnschte vorm van ’t Oudfrankische alodis (Oudduitsch al-od), waarin od bezitting, eigendom bet. en al een versterkende kracht heeft (zie Alleen). Allodium bet. dus letterlijk: geheel eigendom, dus niet een leen of feudum.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut