Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

alligator - (krokodilachtige uit de familie der Alligatoridae)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

alligator zn. ‘krokodilachtige uit de familie der Alligatoridae
Nnl. alligador [1734; WNT], alligator [1764; WNT].
Gezien de oudste vorm uit 1734, op -dor, is het woord overgenomen uit het Spaans en, gezien de latere vormen, beïnvloed door of opnieuw ontleend aan Engels alligator. De naam van het dier gaat terug op een Spaanse vorm al of el lagarto ‘de hagedis’ [1565; Friederici] en is dus ontleend met het niet herkende Spaanse lidwoord. Het zn. lagarto berust via een vorm vulgair Latijn lacarta op klassiek Latijn lacerta ‘hagedis’, van onbekende verdere herkomst.

EWN: alligator zn. ‘krokodilachtige uit de familie der Alligatoridae’ (1734)
ANTEDATERING: "krokodillen"of "alligators" [1730; Salmon, 300]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

alligator [kaaiman] {1734} < engels alligator < spaans el lagarto de las Indias [de hagedis uit (West-)Indië], el [de], lagarto [hagedis] < latijn lacerta.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

alligator znw. m., de naam voor de Amerik. krokodil is overgenomen uit het fra., dat zelf weer teruggaat op spa. el-lagarto (de Indias) en dit is ontstaan uit lat. lacerta ‘hagedis’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

kaaiman1 [krokodil]. Kaaiman is volgens Van Dale een soort van krokodil die de rivieren van Amerika, vooral van Guyana, bewoont. Dit is volkomen juist en in overeenstemming met het oude en echte spraakgebruik. Piso, in De Indiae utriusque re naturali, p. 282, spreekt van de Crocodilus vulgo Cayman dictus [krokodil, door het volk Cayman genoemd] als van een dier in West-Indië, gelijkende op de krokodillen van Afrika en Azië, maar kleiner. Bij S. de Vries, Curieuse aenmerckinghen, deel II, p. 576, waar hij van Nieuw-Granada spreekt, leest men: ‘de rivieren herberghen ook ’t verslindende dier, van de Indianen genoemd Caymans, van de Spanjaarden Lagartos, zijnde een slagh van crocodillen.’ Wij zien hieruit dat de ware kaaiman noch een gaviaal, noch een echte krokodil is, maar een alligator. In het voorbijgaan zij hier opgemerkt, dat alligator slechts in schijn een Latijns woord is, maar inderdaad een Spaans, namelijk lagarto, vermeerderd met het lidwoord el, en waarin oorspronkelijk het Latijnse lacerta, dat is hagedis, schuilt. De naam waarvan wij kaaiman gemaakt hebben, is door de Indianen van Amerika zelf aan de hun bekende soort van krokodillen gegeven.

Intussen wordt thans door de Nederlanders in de Indische Archipel de naam kaaiman algemeen toegepast op de daar veelvuldig voorkomende Crocodilus biporcatus, een soort van echte krokodil, en men schijnt er zozeer van overtuigd te zijn dat kaaiman van echt Nederlandse oorsprong en met man samengesteld is, dat men, evenals men van timmerman in het meervoud timmerlieden, of in de volksspraak timmerlui maakt, zo ook gewoon is van kaailieden en kaailui te spreken. Dat het gebruik van kaaiman voor de Oost-Indische krokodil reeds zeer oud is, blijkt daaruit dat Bontius, wiens aantekeningen over de natuurlijke historie van Indië Piso als een aanhangsel op zijn zo-even genoemd werk heeft uitgegeven, p. 55, schrijft dat de krokodil zoals hij te Batavia voorkomt ‘per totam Indiam Cayman audit’ [in heel Indië Cayman genoemd wordt]. Bontius was een tijdgenoot van Koen. Het blijkt dus dat de naam kaaiman reeds zeer vroeg óf door onze landgenoten óf door de Portugezen uit West-Indië naar Oost-Indië moet zijn overgebracht. Die vroege verbreiding van het woord in Insulinde doet mij echter bij voorkeur aan de Portugezen als overbrengers denken, vooral in verband met zijn vorm. De Portugezen schrijven het woord caimão of caimam; vormen die, zoals bekend is, in uitspraak bijna geheel met ons kaaiman overeenkomen. Wij zullen dus het woord door hun tussenkomst van de Indianen ontvangen hebben.

Het woord caiman wordt ook in het Frans gebruikt. Ik voeg hierbij wat Littré over de oorsprong van dit woord aantekent omdat het mijn gevoelen bevestigt: ‘Etym. Acayouman, nom du crocodile en langue caraïbe. Dict[ionaire] français-caraibe du Père Raymond Breton, Auxerre, 1664. Indi Aquelzoallin, alii Caymanem vocant. Nieremberg, Hist[oria] Nat[urae] XII: 5. De los lagartos o Caymanes qua llaman (des lézards, ou, comme on dit, caimans). Acosta, Hist[oria] nat[ural y moral] de [las] Indias, III, 17.’ [V]

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

alligator (Engels alligator)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

alligator krokodilachtige 1734 [WNT] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut