Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

alleskunner - (iemand die alles lijkt te kunnen)

Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

alleskunner, iemand die de indruk geeft alles te kunnen. Naar analogie van begrippen als alleseter.

Met zijn pols in het gips verliet de ‘alleskunner’ het wielerseizoen. (Wielrennen Internationaal, april/mei 1988)
De alleskunner had bijna niets raakgeschoten. (Nieuwe Revu,04/06/97)
Jos Roofthooft is eigenlijk een ‘alleskunner’. Al meer dan 33 jaar staat hij in de showwereld als organisator, presentator, zanger en moppentapper. (De Morgen, 19/07/97)
FlowCharter is uitgegroeid tot een alleskunner. Een pakket met heel veel mogelijkheden en met behulp van de HTML FlowCharter Web Publishing is het mogelijk om schema’s om te zetten naar HTML pagina’s. (Computer thuis in bedrijf, december 1997)
Reinhout is een alleskunner. Hij was goed in vioolspelen, hockeyen, meisjes versieren, school. (Nieuwe Revu, 21/01/98)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut