Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

allemaal - bw., (iedereen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

allemaal bw., telw. ‘iedereen’
Mnl. altemale ‘geheel en al’ [1265-70; CG II, Lut.K], ‘iedereen’ [1285; CG II, Rijmb.], entie kerstine allemale ‘en de christenen allemaal, en alle christenen’ [begin 14e eeuw; MNW weldoen]; vnnl. allemael (bw.) ‘geheel, helemaal’ [1616; WNT Supp.]; nnl. allemaal ‘alle personen of exemplaren’ [1784; WNT].
Volksetymologisch, onder invloed van de verbogen vorm alle van het eerste lid, ontstaan uit ouder altemaal, dat gevormd is uit het versterkende → al (zoals in aldus en aldaar) en de uitdrukking te male, te maal ‘tegelijkertijd, samen’, zie → maal 1 ‘tijdstip’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

allemaal* [alles te zamen] {altemale [idem] 1287} van al + maal5.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

akkermaalshout

Het is wel duidelijk dat deze samenstelling uit drie delen bestaat: akker, maal en hout. Het eerste en het derde deel leveren geen moeilijkheden op: een akker is een stuk bouwland en hout betekent hier struikgewas. Het woord maal is bekend uit andere samenstellingen als etmaal, maaltijd en allemaal. De grondbetekenis van dit woord maal is: tijd, tijdstip (teken dat de tijd aanduidt) en vandaar: teken, vlek. Het Engelse mole betekent moedervlek. In het algemeen wordt maal dus gebruikt voor merkteken en meer in het bijzonder bezigt men het voor: grensteken. In de Saksische delen van ons land gaf kreupelhout de grens aan tussen de akkers der dorpsbewoners. Dit was dus ‘akker-grensteken-hout’ of akkermaalshout.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

allemaal onbep. telw. ontstaan uit altemaal, mnl. altemale ‘alles te zamen’, waarvoor zie maal 1.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

allemaal onbep. telw., eerst nnl. Vervormd uit altemaal, dat nog bestaat, mnl. altemȃle “alles tegelijk, te zamen”. Vgl. maal I. Evenzoo allegaar uit al-tegāder.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

allemaol (onbep. vnw.) iedereen, allemaal; Vreugmiddelnederlands altemaele <1265-1270>.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

ammaal, ammel, vnw.: allemaal. Uit allemaal door assimilatie lm > mm.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

almal vnw.
1. Al die mense, diere. 2. Al die ander wat by iemand hoort.
Sametrekking van Ndl. allemaal, in S.Nederland soms ook saamgetrek tot ammaal, ammel (1899). Ndl. allemaal deur assimilasie uit altemaal (al Mnl.).

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

apmoal allemaal (Groningen). ‹ alt(e)maal. Dezelfde assimilatie als in apmits
TT XIV 77-80.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

almal: met kort a in slotletg. (vgl. algar); Ndl. allemaal (ouer altemaal/altemale); die Afr. vorm ammal (nie in WAT nie) te vergelyk met SNdl. ammaal/ammel.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

allemaal ‘alles tezamen’ -> Negerhollands allemaal, alma, almāl, almael ‘al, alle, alles’; Berbice-Nederlands alma ‘alles tezamen’; Sranantongo alamala ‘allen, alles’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

allemaal* onbepaald voornaamwoord 1287 [CG NatBl]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal