Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

alkanna - (boompje)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

alkanna [boompje] {alcanna 1734} < spaans alcana, met het lidwoord al overgenomen < arabisch ḥinnāʼ [henna].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

henna, alkanna [kleurmiddel]. Henna, soms met het Arabische lidwoord alhenna geschreven, is eigenlijk hetzelfde woord als kanna of alkanna, dat voornamelijk in de laatste vorm gebruikelijk is. Het zijn verschillende wijzen van uitspraak van het Arabische woord henná of hinná, de naam van het roodachtig gele of donker oranjekleurige sap, geperst uit de bladeren van een altijd groene struik die de botanici Lawsonia inermis of Lawsonia alba noemen. Maar ofschoon henna en alkanna in de grond hetzelfde woord zijn, verschilt het gebruik, daar het laatste slechts van een surrogaat van de echte henna wordt gebezigd. De henna wordt in het Oosten algemeen door de vrouwen aangewend om de nagels en enige andere delen van handen en voeten te beschilderen. De wijze van deze bewerking kan men het best leren kennen door de uitvoerige beschrijving en afbeelding in Lane’s Modern Egyptians, p. 38. Hetzelfde gebruik komt ook voor in de Indische Archipel, althans op Sumatra, waar de henna (in het Maleis) ínei heet. Miquel, Sumatra, p. 100: ‘Met het uitgekookte sap van de bladen van de inei of henna kleuren de inlanders de nagels van handen en voeten rood.’ (Vergelijk ook Filet, Plantkundig woordenboek, 2e uitgave, nummer 1747).

Onder Alkanna (Engels Alkanet) verstaat men de plant, eertijds Anchiusa tinctoria en Lithospermum tinctorium, thans gewoonlijk Alkanna tinctoria geheten, en hier en daar in Midden- en Zuid-Europa gekweekt. De bruinrode kleur die zij oplevert wordt door de apothekers tot het kleuren van zalven en tincturen, door de ververs tot het nabootsen van de kleuren en vlammen van rozenhout (dat is het hout van Dalbergia nigra) en andere Zuid-Amerikaanse bomen, tot slot door de wijnhandelaars als kleurmiddel bij het vervalsen van portwijn gebruikt. [V]

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

alkanna (Spaans alcana)

C.A. Backer (1936), Verklarend woordenboek van wetenschappelijke plantennamen

Alkánna Tausch [I. Fr. Tausch (1793-1848), hoogleeraar te Praag], - verbastering van Arab. al-hinna, Henna-struik (Lawsonĭa inermis L. [C. Linnaeus], - Patjar koekoe, j, m, s), welks bladeren door de inlandsche bevolking van Ned. Indië gebezigd worden om de nagels rood te kleuren. - De naam is op het hem tegenwoordig voerende gesl. overgedragen, omdat een soort daarvan, Alkanna tinctorĭa Tausch [I. Fr. Tausch (1793-1848), hoogleeraar te Praag], in den wortel een roode kleurstof bevat.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut