Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

algebra - (stelkunde)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

algebra zn. ‘stelkunde’
Mnl. met één vindplaats in de medische betekenis ‘ontleedkunde’: Dese leringe siin beide van algebra, dats to seggen, van brekinge der benen ende van ontledinge des lichaems [ca. 1460; MNW], vnnl. algebra ‘stelkunde’ [1612; WNT Supp.].
Via middeleeuws Latijn algebra uit Arabisch al-jabr ‘het zetten van gebroken botten’ en, daarvan afgeleid, ‘het onder één noemer brengen van breuken’.
De Arabieren hadden in de Middeleeuwen een grote voorsprong in vele wetenschappen. De kennis van en het rekenen met Arabische cijfers kwam ca. 1200 naar het christelijke Europa.
Lit.: Philippa 1991

EWN: algebra zn. ‘stelkunde’; de betekenis 'soort wiskunde' (1612)
ANTEDATERING: Algebra 'bepaald soort wiskunde' [1609; iWNT regel I]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

algebra [letterrekening] {1460 in de betekenis ‘het verbuigen van delen tot een geheel, ontleedkunde’; in de moderne betekenis 1612} < middeleeuws latijn algebra, ontleend aan de boektitel arabisch al jabr wa ʼl muqābala [de hergroepering en de tegenstelling], van de 9e-eeuwse wiskundige Muḥammad ibn Mūsā al Khwārizmī; het lidwoord is dus mee overgenomen; het woord jabr betekent oorspr. ‘het zetten van gebroken botten’ → algoritme.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

algebra znw. v., mnl. algebra ‘het verenigen van delen tot een geheel; ontleedkunde’. Over mlat. algebra < arab. al-ǧabr ‘herstelling’.

Eigenlijk is dit woord een deel van de titel van een arabisch algebraisch leerboek ʻal-ǧabr waʼ l-mu-ḳābala van Al- Ḫwārizmī dat betekent ‘restauratio et oppositio’ (Lokotsch Nr. 631).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

algebra znw. Evenals mnl. algebra v. “ontleedkunde”, hd. algebra v. “algebra” via fr. algèbre resp. it. spa. mlat. algebra uit arab. al-ǰabr “het vereenigen van deelen tot een geheel, herleiding van breuken”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

algebra v., over Sp. uit Ar. al jabr = het herstellen van ontwrichtingen.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

algebra (Latijn algebra)

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Algebra. De oorsprong van dit woord ligt in den titel van een werk van den Arabischen wiskundige Abû ʿAbd Allâh Muḥammad b. Mûsâ al-Ḫuwârizmî, vaak geschreven Alchwâ-rasmî of al-Khowârizmî (1e helft van de 9e eeuw; afkomstig uit Ḫuwârizmî, thans Khîwa). Die titel luidt: Kitâb al-muhtaṣar fî ḥisâb al-ğabr wa ‘l-muqâbala. De hieraan ontleende woorden al-ğabr wa ‘l-muqâbala werden reeds in het Arabische systeem der wetenschappen gebruikt voor de in het werk behandelde leer der vergelijkingen. In de Middeleeuwen werden ze, gelatiniseerd tot algebra et almucabala, in dezelfde betekenis gebruikt. Op den duur sprak men alleen van algebra, welk woord in verband werd gebracht met den naam van den astronoom Geber (12e eeuw). Vandaar, dat Stifel (1486/87–1567) in zijn Arithmetica Integra (1544) de algebra aanduidt als regula Gebri.
Al-ğabr is de infinitief van een Arabisch werkwoord, dat herstellen beduidt. Men vertaalde het in de Middeleeuwen door restauratio en verklaarde dit als overbrengen van termen met het –-teken naar het andere lid van de vergelijking. Al-muqâbala beduidt „tegenoverstelling”. Het werd in de Middeleeuwen vertaald door Oppositio en verklaard als weglaten van gelijke termen in de twee leden. Volgens S. Gandz (The origin of the term „Algebra”; Amer. Math. Monthly 33 (1936), 437–440) beduiden beide woorden eigenlijk „ter vergelijking naast elkander stellen”, waaruit de betekenis: „leer der vergelijkingen” volgt.

R. Dozy (1867), Oosterlingen, verklarende lijst der Nederlandschen woorden die uit het Arabisch, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Perzisch en Turksch afkomstig zijn, 's-Gravenhage

Algebra
In het Arab. beduidt al-djebr: het vereenigen van deelen tot een geheel, en van daar bij de wiskundigen: herleiding van breuken tot een geheel. De wetenschap, die wij algebra noemen, heet bij de Arabieren:’ilm al-djebr wa-’l-mokâbala, d.i. de wetenschap der herleidingen en der vergelijkingen. Overigens was de vorm al-djebra reeds bij de Spaansche Arabieren in gebruik, want Pedro de Alcala vertaalt algebra arte in het Arabisch met algêbra. Het woord is overgegaan in het Middeleeuwsche Latijn en verder in de nieuwere talen.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

algebra letterrekening 1612 [WNT Suppl] <ME Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut