Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

alfa - (eerste soort; betrekking hebbend op de niet-exacte vakken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

alfa- voorv. ‘de eerste’ of ‘eerste soort’; (NN) ‘betrekking hebbend op de niet-exacte vakken’
Vnnl. alpha (zn.) ‘de eerste’ in de alpha aller Goden [1560; WNT Supp.]. Als voorvoegsel in alphastralen [1912; Kramers], alphavakken ‘niet-exacte vakken’ [1948; WNT]), alpha-afdeling ‘gymnasiumafdeling die toegang geeft tot academische studies in de letteren, godgeleerdheid en rechten’ [1952; Koenen]. Als verkorting opnieuw het zn. alpha ‘leerling aan de alfa-afdeling van een gymnasium’ [1935; pers.waarn.], [1946; Kramers III].
Oorspr. als zn. ontleend aan Grieks álpha ‘de eerste letter van het alfabet’. Deze letternaam is afkomstig uit Fenicisch 'alef ‘rund, vee’; de letter had oorspr. de vorm van een ossenkop met horens, die in de Griekse hoofdletter omgedraaid is en in de kleine letter gekanteld, zie ook → alfabet.
Als zn. is alfa de naam van de Griekse letter en werd dan overdrachtelijk ook wel gebruikt in de bijbelse aanduiding voor God: de Alpha ende de Omega ‘het begin en het einde’ [1637; WNT] of in zinspelingen daarop. Als voorvoegsel heeft alfa vooral een indelende functie. Zo staat alfastraling naast bèta- en gammastraling (zie → bèta-, → gamma-). De bij de Nederlandse Hogeronderwijswet van 1876 ingevoerde indeling van het gymnasium in twee als alpha, resp. beta benoemde afdelingen leidde in Nederland tot het metonymisch gebruik van alpha voor een leerling van die afdeling en tot samenstellingen als alphavakken. Dit gebruik is, weer alleen in Nederland, overgegaan op de indeling van universitaire studies. In die context ontstond opnieuw een simplex alfa ter verkorting van ‘student van een alfavak’.

EWN: alfa- voorv. ‘de eerste’ of ‘eerste soort’; (NN) ‘betrekking hebbend op de niet-exacte vakken’ (1560)
ANTEDATERING: mnl. Ons Heren name Alpha ende O 'de naam van Onze Heer, Alpha en O(mega)' [1300-25; MNW-R]
Later: alpha-lessen 'lessen in een alfa-vak' [1911; Gids 1, 85] (EWN: 1948)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

alfa [eerste letter van het Griekse alfabet] {alpha 1560} < grieks alpha < fenicisch-hebreeuws ʼāleph [rund]; de vorm van de letter was oorspr. die van een ossenkop.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

alfa (Grieks alpha)

K. van Dalen-Oskam & M. Mooijaart (2005), Nieuw bijbels lexicon: woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu, uitgebreid met De Nieuwe Bijbelvertaling, Amsterdam

Alfa en omega, letters uit het Griekse alfabet; (fig.) begin en einde; het allesomvattende; alle aspecten.

Alfa en omega zijn de eerste en laatste letter van het Griekse alfabet. Deze symboliek werd voor onze jaartelling al in joodse kringen uitgedrukt door de Hebreeuwse letters aleph en tav, in aansluiting bij de oudtestamentische uitspraak in Jesaja 44:6: 'Ik ben de eerste en de laatste, er is geen god buiten mij (NBV). In de Liesveldtbijbel (1526) worden de lettertekens A en O gebruikt, waardoor de zin van de beeldspraak daar niet duidelijk is voor niet-ingewijden. Het equivalent dat bij het Nederlandse alfabet aansluit vindt men in van a tot z. Naar het lidwoord van 'het begin en het einde' wordt de verbinding ook vaak met het onzijdig lidwoord het gebruikt.

Statenvertaling (1637), Openbaring 1:8. Ick ben de Alpha ende de Omega, het begin ende het eynde, seght de Heere. (Eerder in de Deux-Aesbijbel (1562) als de lettertekens  en .)
Hier moet het altijd allemaal op neerkomen, hierom draait hun hele bestaan, dit is waaraan ze de ganse dag denken, dit stelt het alfa en het omega van het menselijk streven voor, grijns en snork en wetende knipoog, dit is wat haar vader naar de Sprinkhaan doet loeren zodat Mama totaal vergeten naast hem zit en zich bevuilt zonder dat hij het merkt. (R. Dorrestein, Een nacht om te vliegeren, 1987, p. 73)
Het alfa en omega van de oplossing van talloze maatschappelijke problemen [ligt] bij de school. (De Standaard, dec. 1995)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Alpha- (= Gr. ἄλφα (álpha) naam van de eerste letter ἀ (= a) van het Griekse alphabet). Eerste lid in samenstellingen, ter onderscheiding; b.v. alpha- of α-stralen, ter onderscheiding van bêta- (β-) en gamma- (γ-) stralen; verder ook bij namen van chemische verbindingen.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

alfa eerste letter van het Griekse alfabet 1560 [WNT Suppl] <Grieks

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

78. De Alpha en de Omega.

De alpha is de benaming der eerste letter van het Grieksche alphabet, de omega die der laatste (ô). De uitdrukking beteekent derhalve het begin en het einde, en is ontleend aan den bijbel, waar Openb. XXI, 6 van Christus gezegd wordt: Ick ben de Alpha ende de Omega, het begin ende het eynde. ‘Men meent hier een navolging te vinden van de bij de Rabbijnen voorkomende spreekwijs “van de aleph tot de thau”, die gewoonlijk van den aanvang en het einde der wet wordt gebezigd.’ Als symbool van Christus' onvergankelijkheid en onveranderlijkheid werden beide letterteekens vaak door de eerste Christenen op grafzerken terzijde van het kruisteeken geplaatst. Zie Zeeman 40; Bijb. Wdb. 42; vgl. fr. l'alpha et oméga; hd. das Alpha und (das) Omega; eng. the alpha and omega. Van Alpha tot Omega beteekent van het begin tot het einde, en is synoniem met de uitdr. van a tot z.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut