Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

alchemie - (goudmaakkunst)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

alchemie zn. ‘goudmaakkunst’
Mnl. van alkemien ‘uit de alchemie’ [1462-85; MNW munte], alkamie ‘alchemie’ [MNHW]; vnnl. alkemien [1514; WNT], alchemye [1563; Meurier], alckemie [1573; Thes.], alcumie [1588; Kil.], Dat dit Gout is ofte van Natueren ghegroeyt, ofte door de Cunst van Alchimije ghefabriceert en nae-ghebootst [1635; WNT]. Daarnaast het zn. vnnl. alchumist “een die de conste heeft metael te veranderen oft te valschen” [1553; Werve], alchymist [1563; Meurier].
Ontleend aan Frans alquemie [1265], alkemie, alkamie en middeleeuws Latijn alchimia, alchemia < Arabisch al-kīmiyā, samenstelling uit het Arabische lidwoord al en het Griekse zn. khumeía ‘de kunst van het legeren’, zie verder → chemie.
Lit.: Philippa 1991

EWN: alchemie zn. ‘goudmaakkunst’; de afleiding alchemist (1553)
ANTEDATERING: Alchimisten zijn wijs, niet ongheleerd [1548; iWNT rhetoriek]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

alchemie [goudmakerij, primitieve scheikunde] {alchemye 1556} < middeleeuws latijn alchemia < arabisch al [de] + kīmiyāʼ [chemie], dus met het niet onderkende lidwoord overgenomen < byzantijns-grieks chèmeia (beter: chumeia) [de kunst van (metaal) gieten], van grieks cheō [gieten].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

alchimie znw. v. ‘oude geheime wetenschap om de steen der wijzen te vinden’, mnl. alkemie, alkamie; over spa. alquimia of ital. alchimia ‘kunst om goud te maken’ < arab. al-kīmıjā̀ʼ ‘scheikunde’, maar oorspr. ‘steen der wijzen’. Dit is weer afgeleid van arab. kīmī > egypt. kemi ‘zwart’, als naam van Egypte (vandaar de naam van de derde zoon van Noach Cham ‘de zwarte’, maar in het hebr. verklaard als ‘de hete’). Vgl. Lokotsch Nr. 1157.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

alchimist znw. Evenals mnl. alkemist m., mhd. alchimiste m. (nhd. alchimist), fr. alchimiste uit mlat. alchimista, een afl. van alchimia, waaruit mnl. alkemîe, alkamîe, mhd. alchemîe, alchamîe v., nndl. nhd. fr. alchimie. Mlat. alchimia = spa. alquimia, uit arab. al-kîmîâ ontleend, waarin al lidwoord is (vgl. alcohol, algebra, alkoof, abrikoos), kîmîâ komt van gr. khēmeia “chemie”, een afl. van khumós “sap” met jongere ē.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

alchemie s.nw. Ook alchimie.
Primitiewe Middeleeuse chemie wat veral gesoek het na 'n proses om onedel metale in edel metale te omstel (transmutasie), asook na die lewenselikser.
Uit Ndl. alchemie (Mnl. alkemie, alkamie).
Mnl. alkemie uit Oudfrans alquemie uit Latyn alchymia uit Arabies al-kimiya 'kuns van transmutasie', 'n samestelling van al 'die' en kimiya 'transmutasie beoefen deur die Egiptenare' uit Grieks khemie 'Swart Land' uit Egipties Khmi uit Khem 'swart'.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

alchimie (Latijn alchimia)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Alchemie, alchimie (= Ar. al-kîmiyâ; < al = lidwoord, + kîmiyâ; → chemie). Sinds het ontstaan van de wetenschappelijke chemie bedoelt men met alchimie de scheikundige pogingen van de vroegere eeuwen, en in het bijzonder de proeven die betrekking hebben op het veranderen van metalen en spec. op het maken van goud.

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Alchimie: de vroegere geheimzinnige kunst, die zich vooral bezig hield met het zoeken naar een middel (den steen der wijzen) om uit onedele metalen goud te maken. Oorspronkelijk was het een Grieksche kunst; het stamwoord is dan ook het Gr. chumeia = sap, daar aanvankelijk de kunst zich bezighield met het bereiden van geneesmiddelen uit plantensappen. Aan de beroemde Grieksche school te Alexandrië (Egypte) ontwikkelde zij zich verder en ging zij naar den steen der wijzen zoeken. Haar naam veranderde tevens in chèmeia, naar Chèmia, den naam, dien Egypte in het buitenland droeg. In Alexandrië leerden de Arabieren de kunst kennen en noemden haar al-kimija, d. i. de Egyptische (kunst). Uit dit woord ontstond het bovengenoemde: alchimie. Allengs verbond zich de alchimie met andere kunsten, als sterrenwichelarij, tooverkunst, enz. en gaf toen aanleiding tot allerlei dwaasheden. De kunst raakte dan ook langzamerhand in minachting. Evenwel was haar streven niet geheel nutteloos geweest: zij werd de wegbereidster voor een nieuwe wetenschap, de chemie of scheikunde, die sedert de 17e eeuw opkwam.

R. Dozy (1867), Oosterlingen, verklarende lijst der Nederlandschen woorden die uit het Arabisch, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Perzisch en Turksch afkomstig zijn, 's-Gravenhage

Alchimie
Samengesteld uit het Arab. lidwoord al en het Arab. woord kîmijâ ([كيميا]), dat eene overschrijving is van een Grieksch woord, waarover Mahn, Etym. Unters. auf dem Gebiete der roman. Spr., p. 81-85, zeer uitvoerig handelt.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

alchemie goudmakerij, primitieve scheikunde 1556 [WNT Suppl] <ME Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut