Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

albino - (mens of dier zonder pigment)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

albino zn. ‘mens of dier zonder pigment’
Nnl. Kackerlakken, Dondos, Albinos, Blafards, of hoe men dit slag van menschen gelieft te noemen (over mensen zonder pigment op Bantam) [1786-1793; WNT kakkerlak II], albino's (mv.) ‘mensen zonder pigment’ [1862; WNT Supp.], ‘dieren zonder pigment’ [1942; WNT Supp.].
Ontleend aan Spaans albino ‘id.’ [1650-75; Corominas], afleiding van het bn. albo ‘wit’ < Latijn albus ‘wit’, zie → abeel. De Spaanse aanduiding negros albinos ‘negers met lichte huid’ duikt in de 18e eeuw op.

EWN: albino zn. ‘mens of dier zonder pigment’ (1786-93)
ANTEDATERING: witte Negers ... welke de Portugeezen "Albinos" heeten [1772; Vad.lett. 1, 34]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

albino [mens of dier zonder pigmentkleurstof] {1862} < portugees albino, van latijn albus [wit] (vgl. aubade, abeel).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

albino s.nw.
Mens of dier met 'n gebrek aan pigmentkleurstof.
Uit Ndl. albino (1824).
Ndl. albino uit Port. albino, 'n afleiding van Latyn albus 'wit'.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetensckap en Kuns

albino: “bep. wit pigmentasie v. huid, hare, blare of blomme v. mens, dier en plant”; intern. wd. (sedert 18e eeu in Eng.) uit Port. uit Sp. albino uit Lat. albus, “wit”; v. ook kakkerlak, witkaffer, witskepsel.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

albino (Portugees albino)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

albino ‘mens of dier zonder pigmentkleurstof’ -> Indonesisch albino ‘mens of dier zonder pigmentkleurstof’; Menadonees albino ‘mens zonder pigmentkleurstof’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

albino mens of dier zonder pigmentkleurstof 1824 [WEI] <Portugees

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut