Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

albikoor - (soort van makreel)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

albikoor [soort van makreel] {1622} < spaans, portugees albacora, dat met het niet onderkende lidwoord al is overgenomen uit arabisch al bākūr [het vroeg rijpe], dus: vroege (visjes).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

albakoor: – albekoor(d)/albikoor – (volkset. ook) alber(t)koord/ (h)alfkoord – , viss. (Seriola lalandii, fam. Carangidae); Ndl. (sedert 17e eeu) albe-/albi-koor, ook volkset. hal(le)ve koor, ens., Port. en Sp. albacora, Eng. albacore, Fr. albicore, geen verb. met Lat. albus, “wit”, nie, maar wel met Arab. al- (lw.) + bukr, “jong kameel; vers”.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

albikoor, † halve koor ‘soort van makreel’ -> Zuid-Afrikaans-Engels † half-cord ‘makreelachtige vissoort’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut