Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

alarmkreet - (wapenkreet)

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

73. Alarm blazen,

veel ophef maken van een dreigend gevaar, en daardoor onrust, schrik en angst in de gemoederen wekken; eigenlijk de trompet blazen, om de troepen in de wapenen te roepen. Vgl. Plantijn: Alarm slaen, sonner l'alarme, ad pugnam canere, conclamare ad arma. Kiliaen, 832: Alarm slaen oft roepen, ad arma conclamare, vocare. In de plaats van alarm blazen wordt ook gebruikt: de alarmklok luiden; mnl. clocke slaen, diè stormclocke luden, onrust, schrik en angst in de gemoederen wekken, alles in rep en roer brengen, als dreigden er de grootste gevaren.Bij Coster, 510, vs. 426: de krackeelklok luiden. Vgl. ook den alarmkreet aanheffen, de alarmtrom roeren, de alarmtrompet steken, die alle in denzelfden zin gebruikt worden. In het Land v. Waas: nen alerm maken, groot misbaar maken; evenzoo in het Zuid-Oostvl. zie Teirl. 65: alarme maken; fri. alaerm slaen, utjaen, meitsje. hd. Lärm blasen, Lärm schlagen; fr. sonner l'alarme ou la cloche d'alarme; eng. to sound, beat an alarm.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut