Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

alant - (plantengeslacht (Inula))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

alant zn. ‘plantengeslacht (Inula)’
Mnl. alant, alaen [1253; CG II, Gez.reg.]; vnnl. alant [1511; Herbarius i.D.].
Herkomst niet helemaal zeker. De vorm met -t is wrsch. een jongere, zoals bij → arend. Mnl. alaen gaat wrsch. terug op het middeleeuws Latijn, waar naast inula mogelijk ook verbasteringen als *iluna, *eluna (vergelijkbaar met de Oudengelse vorm) enz. voorkwamen, onder invloed van helenium (ook Frans aunée naast elnée ‘alant’ (< *aln-)). De uitgangsvorm voor het Nederlandse woord zou dan een Romaans *alana zijn, vgl. de opmerking van Isidorus van Sevilla in zijn Etymologieën (ca. 600): inula, quam rustici alam vocant ‘inula, die de boeren ala noemen’. De Latijnse vorm helenium stamt af van Grieks helénion, dat weer een afleiding van de vrouwennaam Helénē is.
Mnd. alant; ohd. alant (nhd. Alant); nfri. alant; oe. eolone, elone (< *elon-).
Lit.: R. Loewe (1935) ‘Etymologische und wortgeschichtliche Bemerkungen zu deutschen Pflanzennamen’, in: Beiträge zur Geschichte der deutschen Sprache und Literatur 59, 245-254

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

alant [plant] {alaen, alant 1253} < hoogduits Alant < latijn inula [alant] < grieks helenion [idem].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

alant znw., m., plantnaam, ‘inula helenium’, mnl. alaen, alant, mnd. ohd. alant. — In het mlat. komt ook voor iluna (indien niet metathesis, dan contaminatie van inula en helenium), verder vulg. lat. elena, helna > ofra. eaune > fra. aunée (Gamillscheg 59). Men mag wel uitgaan van een romaans *alana naast elena, waaruit dan de germ. woorden overgenomen zijn.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

alant (plant naam, “inula helenium”), mnl. alaen, alant m. = ohd. (nhd.) mnd. alant m. Uit het Du. komen de. aland, zw. ålands-rot. Ten grondslag ligt een rom. of mlat. benaming van den alant, waarvan er behalve het hij aalbes genoemde ala nog meerdere bestaan hebben. De gewone lat. vorm is inula; op *iluna, *eluna wijst ags. eolone v. (: eng. elecampane), op een soortgelijken grondvorm ook fr. aunée. De lat. vormen gaan op gr. helénioi terug. De oude ndl. bijvorm galant (reeds Teuth.) is door verwarring met een van de vormen van galigaan ontstaan.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

alant. Mnd. alant wordt m. en o. opgegeven. In verband met de verwijzing naar aalbes zie de andere beoordeling van laatstgenoemd woord Suppl.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

alant m., Mnl. alaen + Ohd. alant (Mhd. en Nhd. id.): oorspr. onbek.; men brengt het meestal tot Volkslat. *eluna, *aluna (Fr. aunée), klass. Lat. met metath. enula, inula. Gr. elénion, Ags. eolone; in het Volkslatijn heette de plant ala, gelijk nog in Sp. en Port. (z. ook aalbes).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal