Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

akoestiek - (leer van klank en geluid)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

akoestiek zn. ‘leer van klank en geluid’
Nnl. acoustiek ‘gehoorleer’ [1856; WNT trilling I], accoustiek [1915; WNT], akoestiek [1956; Dale Hwb].
Ontleend aan Frans acoustique [1700], gevormd naar het Griekse bn. akoustikós ‘het horen betreffend’, dat is afgeleid van akoustós ‘hoorbaar’ bij het werkwoord akoúein ‘horen’, misschien verwant met → horen.
Het zn. werd in 1700 in Frankrijk voorgesteld als naam voor ‘geluidsleer’, maar bestond daar al eerder als bn. voor ‘het gehoor betreffend’ zoals in nerf acoustique ‘gehoorzenuw’ [1701]; het Engelse bn. acoustic ‘het horen betreffend’ werd al voor de 17e eeuw aan het Frans ontleend.
Het gebruik in Nederland is tamelijk recent; Marin 1793b vertaalt het Franse zn. nog met ‘toonkunst’.

EWN: akoestiek zn. ‘leer van klank en geluid’ (1856)
ANTEDATERING: Acoustyk 'leer van het geluid' [1751; iWNT]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

akoestiek [gehoorleer] {acoustiek 1751} < frans acoustique < grieks akoustikos [het horen betreffend, gaarne horend], van akoustos [hoorbaar], van akouein [horen].

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

akoestiek (Frans acoustique)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Acoustiek ( = Fr. acoustique; Gr. ἀκουστικός (akoustikós) = het horen betreffend; ἀκούειν (akoúein) = horen). 1. Wijze waarop het geluid zich voortplant (acoustiek van een zaal); het bijbehorend adjectief is acoustisch. 2. Leer van het geluid en van toon en klank; in deze betekenis gebruike men liever → acustica.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

akoestiek ‘geluidsleer’ -> Indonesisch akustik ‘geluidsleer’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

akoestiek gehoorleer 1751 [WNT Suppl] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut