Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

akkermaalshout - (hakhout als grens van de akker)

Etymologische (standaard)werken

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

akkermaalshout

Het is wel duidelijk dat deze samenstelling uit drie delen bestaat: akker, maal en hout. Het eerste en het derde deel leveren geen moeilijkheden op: een akker is een stuk bouwland en hout betekent hier struikgewas. Het woord maal is bekend uit andere samenstellingen als etmaal, maaltijd en allemaal. De grondbetekenis van dit woord maal is: tijd, tijdstip (teken dat de tijd aanduidt) en vandaar: teken, vlek. Het Engelse mole betekent moedervlek. In het algemeen wordt maal dus gebruikt voor merkteken en meer in het bijzonder bezigt men het voor: grensteken. In de Saksische delen van ons land gaf kreupelhout de grens aan tussen de akkers der dorpsbewoners. Dit was dus ‘akker-grensteken-hout’ of akkermaalshout.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

akkermaalshout znw. o., ‘hakhout’, eig. ‘hakhout als grens van de akker’, samengesteld met maal 4 ‘merkteken, grensteken’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

akkermaalshout, akkermaal znw o., eerst nnl.; geen van beide bij Kil. De bet. “hakhout” wordt uit de specialere “hakhout als akkergrens” afgeleid. Over maal “merk-, grensteeken” zie maal I; deze bet. bestaat in de saks. streken nog.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

akkermaalshout o., eigenlijk hout dat tot akkergrens dient, van daar hakhout; akkermaal heeft op zich zelf ook deze bet.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut