Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

akkerdistel - (Cirsium arvense)

Thematische woordenboeken

W. Deconinck (2019), Plantennamen nader toegelicht, Kortrijk.

distel
Akkerdistel | Cirsium arvense (L.) Scop.
Speerdistel | Cirsium vulgare (Savi) Ten.
Kale jonker | Cirsium palustre (Huds.) Druce
Moesdistel | Cirsium oleraceum (L.) Scop.
Kruldistel | Carduus crispus L.

Er zijn veel plantensoorten die in hun naam het woord distel dragen. De planten van die soorten bezitten meestal bladeren die aan de randen stekels bezitten. Naast de hiervoor vermelde soorten nog enkele voorbeelden: Melkdistel (Sonchus oleraceus), Driedistel (Carlina vulgaris), Gezegende distel (Cnicus benedictus), Kogeldistel (Echinops ritro). Het woord distel is via allerlei omvormingen uiteindelijk afkomstig van het Indo-Germaanse woord (s)teig dat steken betekent en verwant is met stekel, steek en stekken.

De bladeren van de Speerdistel lopen uit op een lancetvormige eindslip en dat verklaart misschien de Nederlandse naam. De Kale jonker heeft een lange, stijve, rechtopstaande stengel met weinig vertakkingen en weinig opvallende bladeren. De plant maakt zo een wat berooide, kale indruk en vandaar de naam Kale Jonker, wat betekent Arme Edelman, statig, maar toch arm. De Moesdistel, waarvan de bladeren niet gestekeld zijn, wordt in de Oosterse landen soms gebruikt als moesgroente. Door aflopende bladeren bezit de stengel van de Kruldistel vleugels die stekels dragen en daardoor een gekroesd of gekruld uitzicht hebben en ook de bladranden bezitten een golvende of krullende rand.

F. Kok (2007), Waarom brandnetel?, Nieuwegein

Distel (akker), Cirsium arvense
Cirsium: is afgeleid van het Griekse woord kirsion = een distelsoort bij de Grieken. De plant kreeg deze naam omdat ze tegen spataderen = kirsos gebruikt werd.
Arvense: akkerbewonend, de plant groeit (meestal) op akkers, of groeide vroeger vaak op akkers.
Akkerdistel: Akkerdistel dankt haar naam aan het feit dat ze vooral in de akkers staat, zoals ook arvense aangeeft. De naam distel = stekende is van zeer oude oorsprong, mogelijk uit het Indogermaans.

H. Kleijn (1970), Planten en hun naam: Een botanisch lexicon voor de Lage Landen, Amsterdam

Círsium | Círsium arvénse: Akkerdistel
De geslachtsnaam Cirsium is afgeleid van het Griekse woord kirsion: een distelsoort bij de Grieken, die deze naam kreeg omdat ze tegen spataderen: kirsos aangewend werd.
Dit zeer lastige onkruid is wel de meest voorkomende distelsoort. Behalve op akkers (arvense: akkerbewonend), komt de plant ook voor op braakliggende gronden, ruigten, langs wegen en dijken. Gezien het bovenstaande doet ons de naam Boerenplaag niet vreemd aan. Ook hier vele namen verbonden met distel en stekel, zoals Weilandstekel in Zuid-Holland, Stiekel in Groningen, Friesland en Texel; Velddistel en Hofstekel. Veelvuldig treft men Stekel, zonder meer, aan en dialectische en gewestelijke vormen van distel, zoals Destel, Disel en Dijsel. Dat dit onkruid vroeger veelvuldig tussen de haver moet hebben gegroeid, bewijst de naam Haverdistel. Ook Korendistel kwam eertijds voor. De in de Betuwe voorkomende naam Zuurdijsel zal volgens ons wel te maken hebben met het Oudnederlandse woord suur, in de betekenis van leed of iets onaangenaams, gezien de last die de plant ons teweegbracht en de pijn die de stekels ons kunnen doen. De naam Zogedistel, in de omstreken van Zutphen voorkomend, zal waarschijnlijk erop duiden dat hij aan varkens (zeugen) gevoederd werd. Hierop duidt ook de naam Paardendistel (Zuid-Limburg). Een oude benaming was Veerdistel, duidend op het geveerde vruchtpluis.
Dat het een niet gemakkelijk uit te roeien plant is, blijkt wel uit de voorwerpen die men vervaardigde om haar te bestrijden en wel de disteltang, ook wel stekelpikker of distelsteker genoemd. Een oude spreuk luidt:
Stekelen maayen, is stekelen zaayen;
Stekelen plokken, is stekelen lokken;
Maar stekelen steken, is ze den nek breken.
ook wel:
Stekelen breken is stekelen kweken,
Stekelen steken is stekelen de nek breken.
Zonder vermelding van plaats, geeft Heukels de naam Schaar op. Deze zal wel overgenomen zijn van onze oosterburen, daar kende men de naam Scharrdistel, want men kon door de plant onverhoeds aan te pakken zich krabben of krabben oplopen of, zoals de Duitsers het uitdrukken, Scharren. Ook kende men daar de Akkerdistel onder de benaming Kratzdistel, hetgeen hetzelfde beduidt.
In de vorige eeuw kwam onder graankopers (Groningen) de naam Bezempjes voor. Was dit een aanduiding dat het koren door de geveerde zaden van distels was verontreinigd? Als geneeskruid kwam deze soort (evenmin als de andere) nauwelijks in aanmerking. Men gebruikte hem wel eens als urineafdrijvend middel en ook om de eetlust op te wekken.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal