Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

akelei - (plant)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

akelei zn. ‘plant van het geslacht Aquilegia
Mnl. aquileia [1226-50; CG II, Pl.gloss.], acolie [1294; CG I, 2001], als plaatsnaam in Gerardi dicti de Acoleyen, Gerardus dictus Acoleye, Gerardo dicto de Ocleyen ‘Gerard genaamd Van Acoleyen’ [1321; Debrabandere 1993], akeley [1477; Teuth.].
De etymologie is onzeker. De vormen met -o- staan misschien onder Franse invloed. Een verklaring uit het Germaans is niet wrsch. Herkomst uit een Latijns woord is onduidelijk. Een afleiding bij Latijn aquila ‘adelaar’ laat zich niet verenigen met het achtervoegsel -eia. Eerder kan het woord afgeleid zijn uit middeleeuws Latijn *aquilegia. De vorm van het achtervoegsel in dit woord met -g- is vreemd, maar kan misschien volksetymologisch verklaard worden als ‘water-verzamelend’ bij Latijn aqua ‘water’ en legere ‘verzamelen’. Wellicht is er sprake van een substraatwoord.
Ohd. agaleia, acoleia (mhd. ag(e)leie, nhd. Aglei); nfri. akkelei; nzw. akleja.
Lit.: R. Loewe (1935) ‘Etymologische und wortgeschichtliche Bemerkungen zu deutschen Pflanzennamen’, in: Beiträge zur Geschichte der deutschen Sprache und Literatur 59, 245-254

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

akelei, akolei [plantengeslacht] {aquileia, acoleie 1226-1250} < middeleeuws latijn aquilegia, aquileia [akelei], van aquila [adelaar], zo genoemd omdat de bloembladen lijken op de klauwen van een adelaar, vgl. middeleeuws latijn aviglia [akelei], van avis [vogel], engels columbine [akelei] < latijn columbinus [duifachtig].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

akelei, akolei znw. v., mnl. a(c)keleye, acoleie, vgl. mnd. acoleie, ohd. ag(a)leia, ackeleia, acoleia. — < laat-lat. aquilegia.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

akelei, akolei znw., mnl. a(c)keleye, acoleie v. Evenals ohd. ag(a)leia (nhd. aglei), ackeleia, acoleia v., mnd. acoleie v. (nhd. akelei) uit laat-lat. aquilegia “akelei”. De mnl. vorm acolie v.is aan ofr. *acolie (fr. ancolie) ontleend.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

akelei. Adde: Owvla. herb. aquileia (een geleerde vorm?).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

akelei v., Mnl. akeleie, acoleie, gelijk Ohd. agaleia (Mhd. agleie, Nhd. aglei) en Fr. ancolie, uit Lat. aquilegiam (-ia): oorspr. onbek.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

akelei (Latijn aquileia)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

akelei ‘plantengeslacht’ -> Deens akeleje ‘plantengeslacht’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors akeleie ‘plantengeslacht’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

akelei plantengeslacht 1226-1250 [CG II1 Pl.gloss.] <ME Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut