Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aidslijder - (klootzak; flikker, homoseksueel)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

aidslijder: (verouderd) beroerde kerel; klootzak. Vaak ook in de betekenis ‘flikker, homoseksueel’. Populair in de jaren tachtig.

Zijn buurman schold hem over de heg heen telkens uit voor ‘vieze vuile flikker, aidslijder’. (Opzij, april 1992)
Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

aidslij(d)er, scheldwoord in dezelfde zin als takkevent, pestkerel. Vaak ook in de betekenis ‘flikker, homoseksueel’. Pejoratief slang.

Wat gebeurt er als je sambal in de reet van een Aids-flikker stopt? Dan krijgt hij de schijterij. Maar wat schiet de Aidslijer daarmee op? (Joost Zwagerman: Gimmick, 1989)
Zijn buurman schold hem over de heg heen telkens uit voor ‘vieze vuile flikker, aidslijder’. (Opzij, april 1992)
Geen kanker en aidslijers, geen vieze vuile homo’s en vrienden van de jodenhonden, maar brave San Marinezen (of zijn het San Marinozen?) die klapten bij de eerste goal van Nederland. (Nieuwe Revu, 07/05/97)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut