Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ahoi - (uitroep, met name in de scheepvaart)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

ahoi tw. ‘uitroep, met name in de scheepvaart’
Nnl. A-hoi! [1897; WNT trechter]; ook ahoei in het citaat: Dan stuwt hij met donderend ahoei het hemelhooge geweld onweerstaanbaar tegen de laatste duinen [1908; WNT schudden].
Ontleend aan Engels ahoy, een roep gebruikt om met name schepen aan te roepen [1751; OED]. De herkomst van het woord is niet bekend, maar wrsch. gaat het om een uitbreiding van de roep hoy, die ook in het Nederlands (hoi!) en andere talen voorkomt.
In het citaat van 1908 lijkt het woord ‘lawaai’ of mogelijk ook ‘begroeting’ te betekenen, wat dan een betekenisuitbreiding van ahoi in de combinatie schip ahoi als aanroep van passerende schepen kan zijn. De combinatie is wrsch. al in de 19e eeuw overgenomen uit het Engels. Inmiddels niet meer gebruikelijk als groet, maar als term nog vrij algemeen bekend. In 1956 wordt al gezegd dat de roep verouderd zou zijn [Kolsteren].
Het Tsjechisch heeft zijn inmiddels zeer gebruikelijke informele begroetingswoord ahoi mogelijk uit het Nederlands overgenomen, maar waarschijnlijker is ontlening aan Noord-Duitse schippers op de Elbe.

EWN: ahoi tw. ‘uitroep, met name in de scheepvaart’ (1897)
ANTEDATERING: Schoener, "ahoy!" Wie zijt gij? [1837; Leeskabinet 3, 29]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

ahoi ‘toeroep om schip te praaien’ -> Duits ahoi ‘groet bij ontmoeten van schip’ (uit Nederlands of Engels); Zweeds ohoj; hoj ‘groet bij ontmoeten van schip’ (uit Nederlands of Engels); Fins ohoi ‘uitroep’ ; Tsjechisch ahoj ‘algemene groet in de spreektaal, hoi’ (uit Nederlands of (Neder- of Hoog-)Duits); Slowaaks ahoj ‘algemene groet in de spreektaal, hoi’ (uit Nederlands of (Neder- of Hoog-)Duits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

ahoi tussenwerpsel: uitroep om schip te praaien 1897 [WNT trechter] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal