Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ahob - (overwegboom)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ahob [overwegboom] {1975} letterwoord uit automatische halve overwegbomen.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

ahob overwegboom 1950 [WP jaarboek 1962] <L

Winkler Prins Boek van het jaar (1958-1980), Amsterdam / Brussel (lemma ‘Nieuwe woorden in onze taal’)

ahoboverwegboom (1950); ahob (1962) (afkorting van automatische halve overwegbomen), de naam voor een sinds 1952 bij de Nederlandsche Spoorwegen voor het eerst en daarna in toenemende mate toegepaste beveiligingsinstallatie voor overwegen, welke door de treinen bediend worden als gevolg van het kortsluiten van het spoor door de wielen, zodat het overwegbedieningsrelais afvalt en de beveiligingsinstallatie in werking treedt. Rinkelende bellen en wisselende rode lichten waarschuwen allereerst het wegverkeer, vervolgens dalen de overwegbomen en sluiten aan weerszijden van de overweg uitsluitend de rechter rijbaan voor het wegverkeer af. Opsluiting van wegvoertuigen tussen gesloten overwegbomen is bij A H O B derhalve niet mogelijk. De wachttijden voor het wegverkeer bij gesloten overwegen zijn bij A H O B gereduceerd tot 25% van de vroegere wachttijden. Het algemeen gebruik van de afkorting A H O B dateert uit ca. 1959.
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal