Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aggregaat - (verzameling, samenstel van werktuigen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

aggregaat zn. ‘verzameling, samenstel van werktuigen’
Nnl. Aggregatum, in de Rékenkonst ‘som van subtotalen’ [1769; WNT], aggregaat ‘samenhangende massa’ [1883; Kramers FN], ook ‘toestand van een stof’ en ‘vereniging van (on)gelijke delen tot een geheel’ [1898; Dale], ‘samenstel van werktuigen’ (bijv. benzinemotor met dynamo) [1911; Bosch]. Eerder al aggregatie ‘geheel van los samengevoegde zaken’ [1548; WNT clausule].
Al dan niet via Duits Aggregat ‘som, totaal’ [15e eeuw], ‘samenhangende massa’ [midden 18e eeuw], ontleend aan Latijn aggregātum, verl.deelw. van aggregāre ‘samenvoegen’, gevormd uit → ad- ‘naar’ en greg-, de stam van grex ‘kudde’. Frans als ontleningstaal is minder wrsch., want dat heeft de betekenis ‘som, totaal’ pas vanaf 1751 en heeft bovendien altijd een spelling met één g gehad. Eventueel kan wel de Franse betekenis ‘samenhangende massa’ [1556] ontleend zijn. Maar gezien het technische domein waarin dit woord wordt gebruikt is Duitse ontlening helemaal niet zo vreemd.
Latijn grex is verwant met Grieks ageírein ‘verzamelen’, agorá ‘verzamelplaats’ (waaruit indirect → allegorie, → categorie); Sanskrit grâma- ‘groep personen’; Oudkerkslavisch gromada, gramada ‘hoop’ (Russisch gromáda ‘hoop’); bij de wortel pie. *h2ger- ‘verzamelen’ (IEW 382).

EWN: aggregaat zn. ‘verzameling, samenstel van werktuigen’ (1769)
ANTEDATERING: het "Aggregaat" of de Som [1740; Stammetz/Labordus, 360]
Later: aggregaat 'samenstel van twee apparaten' [1906; NvdD 22/9] (EWN: 1911)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

aggregaat [vereniging, ophoping] {1567 in de betekenis ‘som, uitkomst van een optelling’; de huidige betekenis 1769} vermoedelijk < hoogduits Aggregat, van latijn aggregare (verl. deelw. aggregatum) [bij iets voegen, eig.: bij de kudde voegen], van ad [naar … toe] + grex (2e nv. gregis) [kudde], van dezelfde stam als grieks agora [vergaderplaats].

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Aggregaat (= Lat. aggregátum = het samengevoegde; neutr. v. aggregátus = part. perf. v. aggregáre = tot een kudde verenigen; samenvoegen; aggregári = zich samenvoegen; < → ad- (2), + grex, gen. grégis = kudde). 1. Groepering (van atomen); 2. een geheel, uit zelfstandige onderdelen samengesteld; b.v. heliumaggregaat.

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Aggregaat (< Lat. aggregatum, part. perf. van aggregate = tot een kudde verenigen, bij iets voegen; < ad = tot; grex = kudde). Resultaat van een samenvoeging; i.h.b. gebruikt voor som.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

aggregaat ‘samenstel van werktuigen’ -> Indonesisch agrégat ‘elektrische generatorset’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

aggregaat samenstel van werktuigen 1937 [WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut