Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

agger - (kortstondige rijzing van het zeewater)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

agger zn. ‘kortstondige rijzing van zeewater tijdens eb’
Onl. en mnl. mogelijk in plaatsnamen: Aggara ‘plaats in Zeeland, huidige lokatie onbekend’ [1187; Künzel 58], Groote en Kleine Agger [1312; MNW]; nnl. agger [1856; WNT].
De herkomst van het woord is onbekend. Mogelijk bestaat er verband met on. Ægir ‘god van de zee’. Dan zou men moeten uitgaan van pgm. *ēgwia-. Een andere verklaring denkt aan de oorzaak van het verschijnsel, namelijk wervelstromen. Dan zou men kunnen denken aan verwantschap met oe. ēa-gār, letterlijk ‘water-speer, waterboor’. Het woord is een van de Engels-Kustnederlandse parallellen.
Ook Fries agger; misschien ook Oudengels ēagor-, ēgor-strēam ‘waterstroom’.
Lit.: A. Weijnen (1975) ‘Oude Engels-Nederlandse parallellen’ in: Weijnen 1975, 173-187

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

agger1* [kortstondige rijzing van het zeewater] {in de oudnl. waternaam Aggara, nu Agger (Zeeland) 1187; in de huidige vorm 1856} engels eagre [vloedgolf], fries agger, misschien verwant met oudnoors Aegir [god van de zee].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

agger znw. m., ‘kortdurende rijzing van het zeewater bij eb’, ook oude naam voor geul van de Wester-Schelde.

De verklaring is niet zeker. — 1. Björkman, Herrigs Archiv 128, 1912, 199 verbindt het met oe. eagre + gēr en dus eigenl. ‘waterboor’ (= oe. ēa-gēr). — 2. Andere verklaring van oe. eagre verbindt het met eagor ‘zee, vloed’ en on. Ægir ‘god van de zee’ (< germ. *ag̯u̯iaz), waarvoor zie a (WNT 1, 2067-8). — Geheel af te wijzen is de herleiding uit ofra. aiguière ‘waterkruik’ < lat. aquaria mv. van aquarium. — Heeroma Ts. 70, 1952, 271-2 denkt aan de mogelijkheid, dat dit woord door kolonisten uit Midden-Engeland naar de Vlaamse kust zou zijn gebracht. Daar het eng. woord vooral rond de Humber gebruikt wordt, zou dit ook omgekeerd van de Vlaams-Hollandse kust uit verspreid kunnen zijn.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

agger 1 m. (rijzing van de zee), = Ags. égor (Eng. egor, eagre), On. ægir = zee + Lat. aequor = zee.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

agger navloed, kortstondige rijzing van het water tijdens eb (Zuid-Holland, Zeeland). = fri. agger ‘id.’, oeng. eagre ‘id.’. Misschien ~ ono. Aegir ‘god van de zee’.
TNTL LXX 271, NEW 10.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal