Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

agent - (vertegenwoordiger; politieman)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

agent zn. ‘vertegenwoordiger; politieman’
Vnnl. ‘vertegenwoordiger (van een overheidslichaam)’ in eenich leenheer, chijnsheer oft ander agent [1570; Stall.]; nnl. openbare agenten ‘beambten belast met het toezicht op de openbare veiligheid enz., politie’ [1864; WNT], politieagent [1864; WNT kuiperij].
Ontleend aan Frans agent ‘zaakgelastigde’ [1332; TLF] < Italiaans agente ‘(handels)vertegenwoordiger’ [1304-08], dat teruggaat op Latijn agēns ‘vertegenwoordiger’, letterlijk ‘hij die doet; doende’, gesubstantiveerd teg.deelw. van het werkwoord agere ‘handelen, doen’, zie → ageren. In de betekenis ‘politieagent’ is het ontleend aan Frans agent de police [1797; Rey], ontstaan in de Franse Revolutie, en in het Nederlands verkort.
agentuur zn. ‘handelsvertegenwoordiging’. Nnl. agentuur of agentschap ‘id.’ [1863; Kramers]. Wrsch. ontleend aan Duits Agentur [1800-50; Pfeifer], dat met een Latijns achtervoegsel is afgeleid van het zn. Agent. Maar misschien op diezelfde manier in het Nederlands gevormd (Salverda de Grave, 337).

EWN: agent zn. ‘vertegenwoordiger; politieman’; de betekenis 'veiligheidsbeambte' (1864)
ANTEDATERING: Agenten der Policie [1798; LC 9/5]
EWN: ♦ agentuur zn. ‘handelsvertegenwoordiging’ (1863)
ANTEDATERING: Agentuur 'agentschap' [1842; AHB 24/3]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

agent [vertegenwoordiger, beambte bij de politie] {1554 als ‘vertegenwoordiger’; de betekenis ‘politiebeambte’ 1841} < frans agent [vertegenwoordiger] < latijn agens (2e nv. agentis), teg. deelw. van agere [handelen], dus: ‘handelende persoon’ (vgl. agens). De betekenis ‘beambte bij de politie’ < frans agent de police.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

agent ‘bedrijfsvertegenwoordiger’ (Engels agent); ‘politieagent’ (Frans agent de police); ‘vertegenwoordiger’ (Frans agent)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

agent ‘vertegenwoordiger’ -> Indonesisch agén ‘vertegenwoordiger’; Ambons-Maleis agèn ‘vertegenwoordiger van een maatschappij’; Kupang-Maleis agèn ‘vertegenwoordiger van een maatschappij’; Madoerees ahen ‘vertegenwoordiger van de paardenposterij’; Menadonees agèn ‘vertegenwoordiger van een maatschappij’; Minangkabaus agen ‘vertegenwoordiger’; Ternataans-Maleis agèn ‘vertegenwoordiger van een maatschappij’; Surinaams-Javaans akhèn ‘vertegenwoordiger’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

agent vertegenwoordiger 1554 [Stallaert] <Frans

agent beambte bij de politie 1841 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut