Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

-age - (achtervoegsel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

-age achterv. dat zn. vormt bij ww. of andere zn.
In de 13e eeuw nog voornamelijk in Franse leenwoorden, zoals usage ‘gebruik’ (als dusaedse [1280; CG I, 480]); pelgrimage ‘reis, pelgrimstocht’ (als peilgherimaedse [eind 13e eeuw; CG I, 2885]), al aangepast aan de Nederlandse vorm van pelgrim < Laatlatijn pelegrinus; en → bosschage < Oudfrans boscage. Vanaf de 14e eeuw ook al achter inheemse woordenstammen: dijkage ‘het beheren van een dijk’ (als mnl. dijckaidzen [1374; MNW dijcage]); lekkage (zie → lekken).
Ontstaan onder invloed van Franse leenwoorden op -age. In het Frans is dit achtervoegsel ontstaan onder invloed van middeleeuws Latijn -agium (zo ook Italiaans -aggio), ontwikkeld uit Latijn -aticum.
De oudste vindplaatsen van dit achtervoegsel reflecteren nog de Franse uitspraak van -age als /adžə/ in die tijd. Onzekerheid in de spelling blijft nog lang bestaan maar in de 19e eeuw is -aadje de meest voorkomende. De uitspraak is dan echter net als in het Frans allang /ažə/, daarom wordt door De Vries en Te Winkel (WL 1866) de normspelling op -age gesteld. De productiviteit van dit achtervoegsel, in het Latijn nog niet groot, wordt pas in het middeleeuws Latijn en in het Frans tot grote hoogte gevoerd. De meeste Nederlandse woorden op -age zijn dan ook Franse leenwoorden, bijv.bagage, → etalage, → garage, → passage, → plantage. Bij → stellage vond volksetymologie plaats, zie aldaar. Inheemse vormingen (uit Nederlandse woordstammen) zijn voor het grootste deel voor of in de 17e eeuw afgeleid (en in veel gevallen inmiddels verdwenen of verouderd): van zn. meestal collectieven, bijv. pakkage ‘bagage’, zeilage ‘de zeilen van een schip’); van werkwoorden meestal nomina actionis, bijv. kwellage ‘kwelling’, lekkage ‘lek, het lekken’ (zie → lekken), slijtage ‘het slijten’ (zie → slijten 1), timmerage ‘het timmeren; het getimmerde’, vrijage ‘verkering, hofmakerij’ (zie → vrijen). In een enkel geval, bijv. bij blamage (zie → blameren), is er misschien sprake van ontlening aan het Duits, waar -age ook enige tijd productief is geweest, vooral in de studententaal. Nu is dit achtervoegsel niet productief meer.
Lit.: Schönfeld 1970, par. 182

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

-age [achtervoegsel ter vorming van verzamelnamen] {in bv. stallage [stalgeld, geld voor het stallen] 1263-1267} < frans -age < laat-latijn -aticus, latijn -atus, verl. deelw. achtervoegsel van ww. op -are, gebruikt om zn. te vormen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

-age een achtervoegsel uit het fra. -age ontleend, in woorden als bagage, personage, vandaar ook gebruikt achter nl. woorden als tuigage, takelage.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

-age nominaalsuffix. Ontleend uit het Fr.: eenige woorden als bagage, personage werden overgenomen en daarna werd –age ook achter ndl. stammen gevoegd. Evenzoo op ndd. gebied, bijv. mecklenb. leckage “lekkage”, slitage “verkoop”, takelage, tigage “tuigage”.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

-asie: beantw. meest. aan 1. Ndl. -age (bv. bagage) of aan 2. Ndl. -atie (bv. predikatie); Ndl. -age (Mnl. al en by vRieb nog -agie, tot in 19e eeu weergegee d. -aadzje/-aadje (WNT I 2063-4) en in dial. Ndl. -asie), soos Eng. uit Fr. -age uit Lat. -aticum (in Eng. en Fr. gevalle waar suf. en wd. blb. saamgesmelt het, bv. naufrage uit Lat. naufragium/navifragium, “skipbreuk”, en in Afr. enkele neol. soos barrage, garage, kamoeflage en soos in Ndl. anal. uitbr. in hibr. afl., bv. dierasie); Ndl. -atie (al Mnl.), soos Eng. uit Fr. -ation uit Lat. -atio (meest. uit verl. dw. -atus, maar soms ook vorme uit teenw. dw. Lat. -antia (vgl. Eng. uit Fr. perseverance, maar blb. alleen Eng. perseveration en alleen Fr. terminaisson, albei met Lat. -atio) – twee groepe loop soms deureen (Mnl. het o.a. predicage naas predicatie); i.s. funk. in Afr. vgl. Kern WFA 337-341 s.v. -asie1 en -asie2.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

-age (Frans -age)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut