Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

afwerpen - (haastig en zonder zorg afdoen)

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

afwerpen ‘laten vallen’ (Duits abwerfen)

S. Theissen (1978), Germanismen in het Nederlands, Hasselt

afwerpen (bommen, vruchten -)

Sommige puristen beschouwen afwerpen in ‘bommen afwerpen’ als een germanisme (D. ‘abwerfen’) voor ‘laten vallen’. De meeste woordenboeken hebben het niet eens opgenomen. Ook Koenen, die het aan het begin van de jaren ’70 nog als germanisme afkeurde, vermeldt het nu niet meer.

Ook tegen een ander gebruik van afwerpen, nl. ‘vruchten, voordelen, winst, rente afwerpen’ is ooit bezwaar gemaakt. Nu echter wordt dit door iedereen als correct Nederlands aanvaard.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1485. Het masker (of de mom) afwerpen,

d.w.z. zich plotseling van zijne vermomming ontdoen; ophouden met veinzen, zijne ware gezindheid of zijne ware bedoelingen laten blijken (Ndl. Wdb. I, 1859; IX, 281); iemand het masker afrukken, aflichten, aftrekken (17de eeuw), zijne veinzerij ten toon stellen, aan de kaak stellen, hem ontmaskeren; lat. personam capiti detrahere alicujus (Otto, 274); ook iemand de grijns afrukken, aflichten (Sewel, 302); de huif (hoofddeksel, kap) aflichten; zie Ndl. Wdb. V, 727; Mnl. Wdb. III, 773 en De Cock1, 154. Vgl. fr. jeter, déposer le masque; ôter, arracher le masque à qqn; démasquer qqn; hd. einem die Maske, die Larve abreiszen, abziehen; eng. to unmask a.p.; to throw off the mask.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut