Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

afval - (wat als nutteloze rest overblijft)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

afval s.nw.
1. Kos of vleis wat oortollig is, oorbly of weggegooi word. 2. Kop, pootjies en pens van 'n geslagte dier as gereg voorberei.
In bet. 1 uit Ndl. afval (1567). Bet. 2 het in Afr. self ontwikkel. Eerste optekening in vroeë Afr. in bet. 2 op 28 Junie 1687 in die aanhaling "tot voedsel te doen verstrekken de hoofden, voeten, ingewand en verdere afval van ... geslagte vee ... tot potagie gekookt" (Resolusies van die Politieke Raad, C.19).
Vanuit Afr. in S.A.Eng. (1951 in bet. 2).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

afval ‘dat wat na bewerking als nutteloze rest overblijft’ -> Engels offal ‘overschot, vuilnis; slachtafval’;? Duits Abfall ‘snipper; ingewanden, vuilnis’; Esperanto defalaĵo ‘vuilnis’ ; Zuid-Afrikaans-Engels afval ‘eetbare ingewanden van dieren, orgaanvlees’ ; Indonesisch afal ‘dat wat na een bewerking als overtollig overblijft’; Negerhollands afval ‘dat wat na bewerking als nutteloze rest overblijft’; Surinaams-Javaans afal ‘dat wat na een bewerking als overtollig overblijft’.

Hosted by Meertens Instituut