Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aftocht - (het terugtrekken van krijgsvolk)

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

61. Den aftocht blazen.

Onder den aftocht verstaat men in eigenlijken zin het aftrekken, het terugtrekken van krijgsvolk; en onder bovenstaande uitdr. door het blazen op de trompet het sein geven om terug te trekken. Vgl. Plantijn: Den aftocht slaen, sonner la retraite, receptui canere, signum receptui dare. Vandaar in het algemeen ‘zich uit een dreigend gevaar of een moeilijken toestand terugtrekken’; en in gemeenzamen stijl zich verwijderen, weggaan, vertrekken. Zie het Ndl. Wdb. I, 1655 en vgl. Vondel's Maeghden vs. 1567: Veel troepen vloôn verbaest, dies ick den aftoght blies; Winschooten, 313; Halma, 27; Sewel, 39; Janus, 34; Harreb. I, 11; fr. sonner la retraite; hd. zum Abzug blasen; eng. to beat (to sound) a (the) retreat.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut