afstand
G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch (incl. Supplement uit 2007)
afstand s.nw. 1. Ruimte tussen twee plekke of punte. 2. Ent waarlangs beweeg of gesien word. 3. Verskil in rang of stand. 4. Verwydering tussen twee tydstippe. 5. (musiek) Tussenruimte tussen twee tone. 6. Handeling van iets af te staan. 7. Onderskeid of verskil tussen toestande. 8. (fotografie) Indruk van onderlinge verwyderdheid. 9. (skeepvaart) Skynbare ruimte tussen twee hemelliggame. Uit Ndl. afstand (1736 in bet. 1, 1784 - 1785 in bet. 3, 1854 - 1855 in bet. 4, 1846 in bet. 6, 1867 in bet. 7), 'n afleiding van die ww. afstaan, met lg. van af 'verwydering' en staan. Eerste optekening in vroeë Afr. op 7 Julie 1722 in die aanhaling "afstand hadde gedaen" (Resolusies van die Politieke Raad, C.60). D. abstand.
M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen
afstand: met — (mog. ← Dui. mit Abstand), met ruime voorsprong; veruit. Oorspronkelijk sporttaal, nu meer algemeen. De man die met afstand als beste Nederlandse klimmer te boek stond, mocht nota bene genieten van de anonimiteit der niet-genoemden. (Wielerrevue, 14/12/90) Afgaande op de periodieke steekproeven onder de bevolking is Hans-Dietrich Genscher met afstand nog steeds de populairste politicus. (De Volkskrant, 04/09/93) Op dit moment is Back To Hell voor mij met afstand de beste CD van 1993. (Watt, oktober 1993) Conclusie: RTL4 is met afstand de populairste televisiezender, zowel bij jong als bij oud. (Nieuwe Revu, 26/10/94) In het Goffertpark — met afstand de onhandigste locatie voor zo’n mega-concert — ontbrak uit dit lijstje alleen Paint It Black op de speellijst. (Nieuwe Revu, 21/06/95) Psion mag in Nederland met afstand de meest verkochte organizer zijn — of Personal Digital Assistant, zo u wilt — Amerika zweert bij de Sharp Zaurus. (Windows Magazine, winter 1996) ... het Formosa Café, met afstand de donkerste bar van Los Angeles. (Elsevier, 20/12/97)
J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal
afstand m., + Nhd. abstand, Go. afstass: verbaalabstr. van afstaan, en beide nabootsingen van Lat. distare en distantia.
Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)
Terug naar lijst
|