Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

afspraak - (mondelinge of schriftelijke overeenkomst)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

af’spraak hebben (had, heeft gehad), (volkst.) een afspraak hebben (meestal voor een ontmoeting). Op dit uur komen ook de ‘vreemde’ bezoeken voor de ‘vrije vrouwen’, waarbij het een enkele keer voorkomt dat er herrie ontstaat tussen twee ‘heren’, die allebei afspraak hadden (Dobru 1968a: 28).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

afspraak ‘mondelinge of schriftelijke overeenkomst’ -> Indonesisch asprak ‘(mondelinge) overeenkomst; rendez-vous’; Ambons-Maleis afsprak ‘mondelinge of schriftelijke overeenkomst’; Jakartaans-Maleis sprak ‘mondelinge of schriftelijke overeenkomst’; Papiaments afsprak ‘mondelinge of schriftelijke overeenkomst’; Sranantongo asprak ‘mondelinge of schriftelijke overeenkomst’; Surinaams-Javaans afsprak ‘een mondelinge of schriftelijke overeenkomst (maken of hebben)’ .

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut