Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

afspanning - ((buiten)herberg, buitencafé, stalhouderij)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

afspanning zn. (BN) ‘(buiten)herberg, buitencafé, stalhouderij’
Nnl. Afspanninge ‘herberg’ [1790; WNT verteer], afspanning [1857; WNT].
Afleiding op → -ing van het werkwoord afspannen ‘trekdieren losmaken van een voertuig’ [1808; WNT] en ‘voertuigen losmaken van de trekdieren’ [1862; WNT], dat is gevormd uit → af en het werkwoord → spannen.
Oorspr. was een afspanning een herberg of stalhouderij, waar men kon pleisteren, de rij- of voertuigen af- of uitspannen en de trekdieren stallen. Het woord is BN, maar verouderd; gewestelijk komt het ook in Nederland voor, maar het gangbare NN equivalent is → uitspanning.

EWN: afspanning zn. (BN) '(buiten)herberg, buitencafé, stalhouderij' (1790)
ANTEDATERING: Afspanninge, Herberge, Wyn-huys ende Caffé-huys [1763; Placcaert 2, 1144]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut