Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

afschotten - (zich)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

afskort ww.
Met 'n afskorting (afskorting 1) skei.
Terugvorming van afskorting.

Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

afschotten: zich —, zich afstandelijk opstellen; niet meewerken, niet integreren. Tegenovergestelde van ontschotten. → ontschotting*.

Vooral het radicalisme bij islamitische organisaties en de verboden Koerdische partij PKK vindt Özdemir zorgelijk. Islamieten leven in een isolement, zijn helemaal niet in de Duitsers geïnteresseerd en bewegen zich in het land alsof het vijandig terrein is. Hun enige doel is de islam te verspreiden. Zij gedragen zich ‘vijandig’ tegenover de staat, zegt hij. Özdemir noemt dit isolement ‘alarmerend’, omdat islamieten zich van de rest van de maatschappij afschotten. Dat is een voedingsbodem voor escalaties. (NRC Handelsblad, 23/04/97)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut