Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

afro- - (Afrikaans)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

a’fro (de, -’s), kapsel waarbij de haren lang, sterk gekruld en wijd uitstaand een dichte, ronde dos om het hoofd vormen. De veilige straight* zonder bijtende werking (). Vergemakkelijkt het opkammen van een afro (De West 25-3-1981, in adv.). - Etym.: Het woord is afgeleid van ‘Afrika’ en vermoedelijk in dit geval een verkorting van afrobol*, komt uit Am. en heeft daar betr. op allerlei oorspr. Afr. zaken van negers. Men onderscheidt in Sur. grote afro, dat is de oorspronkelijke vorm, en de kleine of platte afro, die later kwam. De eerste, toen nog afrobol o.i.d. (z.a.) genoemd, kwam omstreeks 1970 voornamelijk bij jonge Creolen* van beide geslachten in de mode. Sedert ongeveer 1980 ook in N in gebr., maar zonder verdere onderscheidingen en niet alg. - Zie ook: een afro stampen*.

a’frobol (de, -len), eerder syn. van afro*: z.a. Ook wel genoemd afrobos, afrokapsel, afrokop, afropruik (zie Cairo resp. 1979b: 114; 1976: 51, 53; 1978b; 245). - Etym.: Zie bij afro* en bij bol* (3). Sommige van deze woorden zijn vanaf ongeveer 1980 ook in N doorgedrongen, maar daar niet alg. gebr.

a’frokam (de, -men), kam met een klein aantal lange tanden, bestemd voor het verzorgen van een afro*. Niet lang na de eerste lancering [schooljongens zijn met tassen aan het gooien] volgde een tweede, Lesjes multomap vloog met fladderende blaadjes de gotroh [S, goot*] in, met afrokam, lekkende ballpoint en een half pak anker [Anker: sigarettenmerk] erin (Rappa 1981: 75). - Etym.: Zie bij afro*. Het is een nieuw syn. voor bosnegerkam*, echter ook gebr. voor een houten kam met metalen tanden of een geheel plastic kam met dezelfde vorm en functie als het oorspronkelijke, geheel houten model. - Zie ook: hark*.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

hype [iets wat korte tijd heel erg in de mode is] (1975). Het Winkler Prins Boek van het jaar vermeldt het uit het Engels overgenomen hype als een van de nieuwe woorden die gedurende de laatste vier à vijf jaar min of meer algemene bekendheid gekregen hebben. Andere woorden uit dit overzicht zijn afro, blaaspijpje, crisiscentrum, kansarm, modaal, nipt, parlementologie, snorfiets en verpleegkundige.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

afrorock combinatie van rock en Afrikaanse muziek 1992 [De Coster 1992] <Engels

Winkler Prins Boek van het jaar (1958-1980), Amsterdam / Brussel (lemma ‘Nieuwe woorden in onze taal’)

Afro- (1976) eerste lid in samenstellingen om aan te duiden dat het in het tweede lid genoemde op Afrikaanse volkeren is geïnspireerd. Zijn haar was gekapt volgens kort afromodel. Ook bijv. in: afrokapsel, afrokop, afrostijl.
Afroteak (1962) reclamewoord voor afrormosia, een bruinachtige, Afrikaanse houtsoort, gelijkend op, maar botanisch niet verwant met teakhout.
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal