Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

afnokken - (ophouden)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

nokken ww. (NN) ‘ophouden’
Nnl. Als het 's avonds afnokken geblazen was [1939; Gelderlander], afnokken, nokken ‘na het werk naar huis gaan, ophouden met werken’ [1950; Van Dale].
Verkorting van afnokken ‘ophouden’, ontleend aan Engels knock off ‘(o.a.) ophouden met werken’, overdrachtelijk bij ‘afslaan’, afleiding van knock ‘slaan, kloppen’, wrsch. een klanknabootsende vorming; zie ook → knokken.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

afnokken [weggaan] {1926-1950} < engels to knock off [afslaan, ophouden, schaften, de kraaienmars blazen].

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

afnokken (Engels to knock off)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

afnokken weggaan 1937 [WNT] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal