Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

afmaken - (een einde maken aan)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

af’maken: het afmaken (maakte het af, heeft het afgemaakt), (verouderend) sterven. In de omgeving stonden schreiende familieleden, wachtende op de boodschap van een oppasser* dat vader, zoon of broer het zonet had afgemaakt en onmiddellijk begraven zou worden () (Waller 127). - Etym.: Vgl. AN a. = o.m. doden.

Thematische woordenboeken

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

afmaken. De hedendaagse verwensing maak mekaar maar af! is van hetzelfde kaliber als val dood! en heeft als emotionele betekenis ‘slacht elkaar maar af, ik heb een vreselijke hekel aan je’.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

afmaken ‘een einde maken aan’ -> Fries ôfmeitsje ‘een einde maken aan’; Negerhollands maak af ‘een einde maken aan’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut